Is ook de Bonairezaak baanbrekend voor het klimaatrecht?
In dit artikel:
De Haagse uitspraak in de zogenaamde Bonairezaak kan de klimaatrechtspraak blijvend veranderen, om drie hoofdredenen.
Ten eerste schoof de rechter de focus van mitigatie (uitstootreductie) naar adaptatie: voor het eerst oordeelde een Nederlandse rechter dat de staat onrechtmatig handelde door zijn eigen inwoners onvoldoende te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Die plicht strekt zich uit tot concrete adaptatiemaatregelen voor kwetsbare delen van het Koninkrijk, zoals Bonaire. De staat moet uiterlijk in 2030 een adaptatieplan hebben waarin ook culturele waarden en levenswijzen — bijvoorbeeld historische slavenhuizen en de traditionele visserij — worden beschermd.
Ten tweede koppelt het vonnis klimaatbeleid expliciet aan discriminatie en gelijkheidsbeginselen. De rechtbank stelde dat Caribische Nederlanders niet gelijk behandeld werden ten opzichte van Europese Nederlanders en dat gelijke behandeling maatwerk kan vergen: wie het hardst wordt getroffen, heeft recht op zwaardere en snellere bescherming. Daarmee verschuift klimaatbeleid nadrukkelijker naar een eerlijkheidsvraagstuk.
Ten derde past de uitspraak het nieuwe toetsingskader toe dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2024 introduceerde en volgt zij recente internationale signalen — waaronder het advies van het Internationaal Gerechtshof vorig zomer over staatszorgplichten rond klimaat. Volgens dat kader hebben staten beperkte beleidsruimte: nationale doelstellingen en maatregelen moeten in lijn zijn met internationale verdragen, en als dat niet gebeurt mogen rechters ingrijpen. De Haagse rechter benadrukte wel dat de precieze beleidskeuzes bij de politiek blijven, maar eiste wél scherpere Nederlandse klimaatdoelen, bindende wetgeving binnen 18 maanden en tussendoelen plus een duidelijk langetermijnpakket.
De zaak bouwt voort op de Urgendareeks (eerste uitspraak in 2015, bevestigingen in hoger beroep en door de Hoge Raad) die wereldwijd klimaatzaken stimuleerde. Of de Bonaireuitspraak evenveel internationaal navolging krijgt, is nog onzeker, maar inhoudelijk markeert zij een belangrijke verbreding van klimaatrechtspraak: naar adaptatie, ongelijkheidsaspecten en een heldere rolverdeling tussen rechtbanken en politiek. Het nieuwe kabinet en het parlement moeten nu met bindende maatregelen komen.