Is Nabil ook een kind van het Koninkrijk?

dinsdag, 17 februari 2026 (22:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Nabil, opgegroeid en geschoold in Saoedi‑Arabië, doorliep als student de islamitische theologie maar vond daar geen rust. Enkele jaren geleden veranderde een persoonlijke ervaring zijn leven radicaal; hij zegt dat Christus hem vond en dat hij een onverklaarbare vrede ontving. In zijn thuisland kan hij niet openlijk naar de kerk; alleen in Egypte durft hij dat en hij leeft verder in eenzaam isolement. Nabil is geen uitzondering: de auteur ontmoette door de jaren heen tientallen mensen die door Christus worden aangetrokken maar niet weten hoe ze hun geloof vorm moeten geven in een vaak vijandige omgeving.

Dat roept theologische vragen op: behoren zulke zoekers tot het Koninkrijk van God? Veel gelovigen antwoorden instinctief ja, maar confessioneel denken stelt grenzen. Reformatorische kerken zijn belijdend: lidmaatschap en herkenning hangen samen met het expliciet aanvaarden van belijdenissen. Voor duizenden zoekers kan zo’n strikte afbakening beknellend werken.

Missioloog Paul Hiebert onderscheidde daarom twee modellen: een “bounded set” (gebonden verzameling) waarbij duidelijke leergrenzen bepalen wie erbij hoort, en een “centered set” (gecentreerde beweging) die Christus centraal zet en de vraag stelt of iemand naar Hem toe beweegt of van Hem vandaan. Het eerste model biedt helderheid en orde; het tweede biedt ruimte voor dynamische levensveranderingen en sluit beter aan bij een veelkleurige, veranderende wereld waarin authenticiteit van navolging belangrijker wordt dan naleving van regels. Het Nieuwe Testament ondersteunt dit idee ook: Paulus laat zien dat heidenen bij Christus kunnen horen zonder eerst joods te worden (Efeziërs 3:10 als referentie).

Tegelijk bestaat rechtvaardige kritiek: een te sterke nadruk op een gecentreerde benadering kan leiden tot leerstellige vervaging of onduidelijke bekering. Hiebert zelf en andere evangelicale denkers zoals David Bosch en Andrew Walls wezen erop dat beide benaderingen nodig zijn: een centered set voor missie, discipelschap en groei, en een bounded set voor kerkleer, orde en sacramenten. Missie moet dynamisch zijn maar niet grenzeloos; gemeenschapsherkenning en doctrinaire stevigheid blijven noodzakelijk.

De auteur trekt daar een persoonlijke conclusie uit: komend uit een traditie met scherp afgebakende confessies, is het waardevol om te leren van de gerichtheid op beweging naar Christus. Als theologie — hoe confessioneel ook — drempels opwerpt waardoor zoekers zoals Nabil verder van Christus verwijderd raken, verdient die theologie zelf kritische bezinning.