IS laat zich weer gelden in Syrië, terwijl de president ook zijn jihadistische oud-bondgenoten onder controle moet krijgen

maandag, 13 juli 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De recente aanslagen in Damascus laten zien dat Islamitische Staat nog altijd gevaarlijk genoeg is om Syrië te ontregelen, zelfs nu president Ahmed al-Sharaa internationaal erkenning zoekt. Rond het bezoek van Emmanuel Macron op 13 juli 2026 gingen vlak bij het Four Seasons Hotel twee bommen af; kort daarvoor was er al een aanslag bij het Paleis van Justitie. De Syrische autoriteiten zeggen dat een IS-cel achter de explosies zat. Ook elders blijft de groep actief, onder meer in de woestijnregio Badia en via kleine netwerken die profiteren van gaten in de veiligheidsstructuur.

Maar volgens dit artikel ligt de diepere uitdaging voor al-Sharaa niet alleen bij IS, maar in zijn eigen machtsapparaat. Zijn regering en veiligheidsdiensten zijn gevuld met voormalige strijders van HTS en andere jihadistische groeperingen, mannen met een radicaal verleden en weinig ervaring met loyale staatsopbouw. Dat maakt de nieuwe Syrische orde kwetsbaar: sommige oud-strijders passen zich aan, anderen verzetten zich tegen de koers richting normalisering met het Westen en de Golf.

Dat spanningsveld kwam scherp naar voren bij de dodelijke schietpartij in Tadmor, waar een veiligheidsman met een IS-verleden Amerikaanse militairen aanviel terwijl hij formeel al in de staatsdienst werkte. Ook in Idlib botste Damascus met buitenlandse jihadisten onder leiding van de Fransman Omar Omsen, die zich niet eenvoudig laten inlijven. Ondertussen probeert al-Sharaa Syrië uit internationale isolatie te halen, sancties te laten schrappen en tegelijk verstrikt te raken in de rivaliteit tussen Turkije, Israël, Hezbollah en de Druzische machtsblokken in het zuiden. De kern van zijn probleem: Syrië moet opnieuw worden opgebouwd, maar de mensen die dat moeten doen, horen zelf bij een gewelddadig verleden.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'