Is er samenwerking met China mogelijk op klimaatgebied zonder al te veel afhankelijk te worden?
In dit artikel:
Bigi Pan in Suriname vormt het startpunt van dit stuk: tijdens een boottocht ziet de auteur grote aantallen vogels, maar hoort ook van een voormalige visser dat klimaatverandering het visbestand heeft uitgehold. Regenval en waterstanden zijn onvoorspelbaar geworden, vissers gebruiken fijnmaziger netten waardoor vissen niet kunnen opgroeien en zich niet meer voortplanten; als gevolg neemt het voedselaanbod voor vogels dramatisch af. De gids: “Vroeger zag ik zwermen van duizenden vogels, nu zijn het er honderden, of maar tientallen.”
Die lokale ecologische achteruitgang leidt naar een bredere politieke vraag: hoe moeten de EU en China samenwerken om de opwarming tegen te gaan, terwijl beide ook eigen strategische belangen nastreven? China is verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de wereldwijde CO2-uitstoot en blijft sterk op kolen leunen. Tegelijk exporteert China massaal elektrische auto’s, zonnepanelen en windturbines — technologie die de klimaatcrisis kan afremmen, maar ook Europese industrieën kan verdringen en de strategische afhankelijkheid van China kan vergroten.
De auteur bespreekt de dilemma’s van handelspolitiek: Europese heffingen op Chinese elektrische auto’s zouden de invoer terugdringen, maar kunnen ook leiden tot langer gebruik van vervuilende benzineauto’s en een verliezende positie voor Europese producenten. China verergert spanningen door strikte controle op export van zeldzame aardmetalen, noodzakelijk voor schone technologie, en door verzet tegen EU-maatregelen zoals heffingen op CO2-intensieve importgoederen.
Politieke gevoeligheid blijkt ook uit de zaak-Sjoerd Sjoerdsma: hij werd op een Chinese sanctielijst gezet na een motie over de Oeigoeren, wat in Nederland discussie opriep over de vraag of iemand met een expliciet onafhankelijk standpunt nog konden bemiddelen in betrekkingen met China. De auteur wijst erop dat dit aantoont hoe diep China’s invloed op economie en politiek reikt, en stelt dat streven naar volledige onafhankelijkheid van China politiek én economisch zwaar te verkopen zal zijn.
Ondanks tegenstellingen pleit het stuk voor het behouden en uitbreiden van samenwerking met China op klimaatactie: pragmatiek is nodig omdat zowel de EU als China belang hebben bij effectieve reductie van uitstoot — en omdat falen desastreuze gevolgen heeft, van verdwijnende vogels in Bigi Pan tot bredere mondiale schade. De hoop is dat beide partijen realistische compromissen vinden voordat iconen als de rode ibis voorgoed verdwijnen.