Is een vierde SGP-zetel reëel?
In dit artikel:
De SGP heeft volgens berekeningen minimaal ongeveer 3,65 zetels nodig om in de Tweede Kamer op vier zetels uit te komen. Dat komt neer op grofweg 255.000 tot 263.000 stemmen, uitgaande van een kiesdeler van circa 70.000 tot 72.000 stemmen per volle zetel; bij een lagere kiesdeler (bijvoorbeeld 67.000) zou het benodigde aantal iets onder de 245.000 liggen. De precieze drempel is niet voorspelbaar omdat restzetels — gedeeltelijke zetels die door de verdeling overblijven — sterk afhankelijk zijn van het totaalplaatje van alle partijen en de opkomst. In de praktijk krijgen grotere partijen sneller restzetels dan kleine partijen.
Recente uitslagen laten zien hoe kwetsbaar kleine partijen daarvoor zijn: Volt miste in 2021 een extra zetel met 3,63 zetels, terwijl de Partij voor de Dieren in 2017 bij 4,78 zetels wél een vijfde zetel kreeg. Die voorbeelden illustreren waarom de SGP met rond 3,6 à 3,7 zetels in een onzeker gebied zit.
Historisch scoorde de SGP bij Tweede Kamerverkiezingen de laatste drie keren rond 3,1 zetels en kwam de partij nooit boven de 220.000 stemmen. Wel noteerde de SGP bij de Europese verkiezingen van 2024 een recordaantal stemmen (228.036), maar die uitslag is lastig te verdisconteren omdat de opkomst bij Europese verkiezingen vaak lager is en stemgedrag kan afwijken. Belangrijke factoren voor het halen van een vierde zetel zijn dus de landelijke opkomst, het vermogen om nieuwe kiezers aan te trekken en het beperken van overlapverlies aan andere partijen.
Kort gezegd: een vierde SGP-zetel is niet uitgesloten, maar vergt een flinke kiezersgroei — in een gunstig scenario ongeveer vijftienduizend stemmen extra boven het Europese-record van 2024 — en blijft onderhevig aan de grillen van restzetelverdeling en opkomst.