Is dit een parodie? De nieuwe roman van Herman Koch heeft geen ironische uitgang

dinsdag, 3 februari 2026 (21:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Herman Kochs nieuwe roman De overbodigen plaatst vier volwassenen rond een dinertafel en bouwt van daaruit een kort maar schurend scenario op: twee echtparen (Herbert en Yvonne; Martin en Alicia) raken tijdens een keurige wandelvakantie in de Cotswolds verzeild in een confrontatie met lokale bewoners die dodelijk eindigt. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen, besluiten ze de zaak te bagatelliseren en sporen uit te wissen; het probleem wordt logistiek uitgewerkt in plaats van moreel bejegend.

De roman concentreert zich op Herbert, een wereldberoemde bioloog met een verstikkend cynisch mensbeeld: hij ziet mensen als dieren in een strijd om bestaan en gebruikt die ‘natuurlijke’ rechtvaardiging om gewelddaden te rationaliseren. Koch presenteert hem als misschien de grootste klootzak uit zijn oeuvre — een net-niet-alfamannetje dat door sluwheid en meedogenloosheid steeds wegkomt. Rondom hem ontvouwen zich flauwe, soms kluchtige scènes: pantomimische emotie aan tafel, amateuristisch teruggaan naar de plek des onheils, een wilde hond die een van hen bijt en zo nog meer moeilijkheden oplevert die de personages weer proberen te maskeren.

De recensent stelt keer op keer de geloofwaardigheid van het verhaal ter discussie. Waar Kochs eerdere romans zoals Het diner juist schokten door de consequentie van immorele keuzes, voelt De overbodigen vooral als een aaneenschakeling van ongeloofwaardige plotwendingen en platte grapjes. De morele vraag — hadden ze het recht om zo te handelen? — wordt grotendeels weggeschoven; de roman lijkt eerder geïnteresseerd in hoe makkelijk en kinderachtig gemanipuleerd kan worden dan in het tonen van echte innerlijke gevolgen. Dat maakt het verhaal op sommige momenten onbedoeld lachwekkend, op andere momenten gewoon irritant.

Tegelijkertijd werpt het boek actuele vragen op: past deze verharding van ethiek en het recht-van-de-sterkste in de bredere cultuur van vandaag, waarin cynische, reductionistische biologie en de manosphere aan invloed winnen? De schrijver zou daarmee een waarschuwing kunnen willen geven — een spiegel van een wereld waarin moraal opzijgeschoven wordt en het onredelijke de norm wordt. Maar volgens de recensent schiet de uitvoering tekort: Kochs stijl en de flauwe ontplooiingen ondermijnen de ernst van die dialoog, waardoor de roman eerder “trumpiaans” overkomt: onnadenkend, opzichtig en moeilijk serieus te nemen.

Kort: De overbodigen confronteert lezers met een harteloze protagonist en een wereld die amoraliteit normaliseert, maar de uitvoering laat zich vaak te makkelijk wegzetten als ongeloofwaardig en irritant. Of het boek nu een scherpe waarschuwing is of een misplaatst satire, de lezer blijft achter met vragen over de grens tussen cynische observatie en karikatuur — en met de keuze om zich daartegen te verzetten.