Is de volgende financiële crisis al begonnen?

maandag, 23 maart 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Financiële markten haperen door onrust rond private credit‑fondsen — de niet‑beursgenoteerde kredietvehikels van grote vermogensbeheerders zoals Blackstone, KKR en Blue Owl — en die onrust wordt versterkt door angsten over een mogelijke AI‑gedreven schok. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Citrini maakte op 22 februari een spookscenario viraal waarin kunstmatige intelligentie massawerkloosheid, faillissementen en een beurscrash veroorzaakt, vergelijkbaar met 2008. Hoewel sommige beleidsmakers dat stuk wegwuiven, veroorzaakte het meteen koersvolatiliteit: aandelen van bedrijven die in het scenario voorkwamen vielen, en nieuws over AI‑toepassingen van bedrijven als Anthropic leidde tot enorme verliezen bij IBM.

Wat zijn private credit‑fondsen en waarom zijn ze nu zo kwetsbaar?
- Private credit verleent onderhandse leningen aan bedrijven, veelal als financiering voor private equity‑overnames. Investeerders variëren van pensioenfondsen en verzekeraars tot vermogende particulieren.
- De markten voor private equity en private credit zijn de afgelopen vijftien jaar explosief gegroeid: private equity van ongeveer $1.500 mrd (2010) naar $9.900 mrd (2025); private credit van circa $300 mrd naar $2.500 mrd. Meer dan 70% van het geld in private credit dient als schuldhefboom voor private equity‑deals.
- Private credit belooft hogere rentes dan obligaties en lijkt op papier minder risicovol dan private equity, maar heeft een asymmetrische payoff: renteinkomsten zijn beperkt terwijl bij faillissement het geïnvesteerde kapitaal verloren kan gaan. Dat maakt deze producten extra gevoelig voor schokken in specifieke sectoren — zoals software en AI‑gerichte bedrijven.

Wat is er concreet gebeurd?
- In de eerste maanden van 2026 nam het aantal opnameverzoeken bij sommige kredietfondsen fors toe: in Q1 waren die vier tot tien keer hoger dan in 2025, vooral bij fondsen met veel leningen aan softwarebedrijven.
- Blue Owl sloot op 19 februari een fonds af nadat te veel beleggers geld terugvroegen; daarna volgden andere beheerders (Blackstone, BlackRock, Cliffwater, Morgan Stanley) met het blokkeren van opnames of het opleggen van limieten. Veel fondsen hanteren contractueel al opnamelimieten van bijvoorbeeld 5% per kwartaal.
- Sommige beursbewegingen en bedrijven die massaal inzetten op AI — en de vraag of die investeringen rendabel worden — hebben de angst voor waarderingsfouten in de onderliggende leningen aangewakkerd.

Waarom kan dit een systeemrisico worden?
- Er bestaat een steeds sterkere verwevenheid tussen deze niet‑bancaire financiële instellingen en de klassieke banksector. Banken lenen op hun beurt geld aan kredietfondsen of financieren deals waarvan risico’s deels bij fondsen en deels bij banken terechtkomen. Amerikaanse banken zouden zo’n $300 mrd uitstaan richting private credit‑vehikels.
- Banken zelf gebruiken voor zulke leningen vaak meer rekeninghouderstegoeden en minder eigen vermogen dan bij direct risicovol krediet aan bedrijven — dat maakt het aantrekkelijk voor banken en verhoogt tegelijk de complexiteit en potentiële kwetsbaarheid.
- Regulatoren, waaronder de ECB, waarschuwen dat overlappingen en ondoorzichtige structuren kunnen fungeren als kanalen voor het doorgeven van schokken binnen het financiële systeem. Als paniek van fondsen naar banken overslaat, wordt een domino‑effect moeilijk te stoppen.

Wat betekent dit voor spaarders en institutionele beleggers?
- Voor particuliere spaartegoeden geldt: direct risico is beperkt zolang banken zelf niet geraakt worden. Maar als fondsen en private credit‑exposures banksystemen aanzetten tot afwaarderingen of liquiditeitsproblemen, kunnen die effecten indirect wel doorslaan naar bredere markten en dus naar spaarders.
- Pensioenfondsen en verzekeraars hebben aanzienlijke bedragen in private assets belegd: begin 2025 zaten pensioenfondsen voor ongeveer $65 mrd en verzekeraars voor $260 mrd in private beleggingen. Nederland sprong eruit als grootste groeier in leningen aan niet‑bancaire financiële instellingen (+€32 mrd in 2025); totale Nederlandse bankleningen aan die sector bedragen circa €250 mrd (ruim 10% van uitstaande leningen en obligaties). Exacte exposities naar private credit blijven echter onduidelijk; DNB onderzoekt dat voorlopig. Banken als ABN Amro geven alleen relatieve geruststellingen (bijvoorbeeld ABN Amro noemt €200 mln exposure in deze categorie).

Breder perspectief en mogelijke uitkomsten
- Er zijn verschillende dreigingsscenario’s: het Citrini‑AI‑doemscenario waarin massale automatisering faillissementen en een economische depressie veroorzaakt; en het scenario van een klassieke bubbel die barst, zoals geschetst door beleggers als Michael Burry en Jeremy Grantham, die AI‑euforie gezien hebben als overwaardering die tot scherpe koersdalingen kan leiden. Beide routes raken private credit hard, en mogelijk later ook private equity.
- Een belangrijke kwetsbaarheid is de financiering van kostbare AI‑infrastructuur: leningen voor datacenters en chips zijn sterk opgelopen (van $166 mrd in 2023 naar $625 mrd in 2025 volgens berekeningen), en private credit speelt een belangrijke rol bij de financiering van zulke projecten. Dat vergroot de kans dat sectorgebonden stress zich vertaalt naar bredere kredietmarkten.
- Toezichthouders en banken hebben nu maatregelen zoals opnamelimieten en afwaarderingen genomen; dat voorkomt mogelijk onmiddellijke runs maar lost het structurele probleem van verwevenheid en gebrek aan transparantie niet op.

Kernconclusie
Private credit is uitgegroeid tot een grote, minder transparante schakel in het huidige financiële stelsel. De combinatie van snel gegroeide kredietposities, zware betrokkenheid bij AI‑gerelateerde financiering en sterke verbindingen met banken maakt het gebied gevoelig voor zowel sectorale schokken als bredere systeemrisico’s. Of dit uitmondt in een lokale correctie of in een nieuwe crisis hangt vooral af van hoe ver de besmetting zich via banken en andere institutionele partijen verspreidt — en die mate van verwevenheid is nog grotendeels onduidelijk. Toezichthouders onderzoeken de blootstellingen, maar onzekerheid blijft dominant.