Is de handhaving van een honende hoofddoekhooligan "racisme"?
In dit artikel:
Een kort filmpje van ongeveer achttien seconden onder het Bollendak bij Hoog Catharijne in Utrecht zet Nederland in beroering. Beelden tonen een agent — herkenbaar als hondengeleider — die een dienststok paraat heeft terwijl hij een vrouw aanhoudt in kleding die lijkt op die van nog een omstander. Een derde vrouw roept “laat haar met rust” en loopt achter het tweetal aan; de agent draait zich om, zijn voet raakt de hengsel van haar tas waardoor spullen vallen, zij maakt een slaande beweging met een plastic tasje en de agent slaat terug met zijn wapenstok. In een langere hoek van 41 seconden is te zien dat de aangehouden vrouw weerstand biedt en dat collega’s snel arriveren. De video stopt voor de afloop; lokale berichtgeving spreekt van een overlastsituatie met ongeveer twintig mensen.
De aangehouden vrouwen willen aangifte doen en worden bijgestaan door advocaat Anis Bemoeial Boumanjal, een verdediger met een omstreden staat van dienst (onder meer betrokken bij de Arabisch-Europese Liga en bestuurders van de Al Fitrah-moskee). Boumanjal zegt dat de vrouwen letsel hebben en dat de agent meerdere racistische uitlatingen zou hebben gedaan; daarvoor is volgens de schrijver nog geen bewijs geleverd. Nieuwsuur gaf de advocaat ruim baan in een item, zonder direct tegengeluid van de politie, wat volgens de auteur de indruk versterkte dat de politie vrijwel zonder meer in het verweer moet.
De Utrechtse politie meldt dat de zaak “beoordeeld en getoetst” wordt — standaardprocedure, maar voor velen onvoldoende context. De columnist plaatst het incident in een breder straatbeeld: terugkerende overlast en agressie van groepen allochtone en islamitische jongeren, een gevoel dat handhavend optreden weinig effect heeft omdat daders snel weer vrij zijn. Ook wordt gewezen op een eerder gepubliceerde clip (gedistribueerd door Rachid Abu Khuzayman) waarin dezelfde agent optreedt tegen vermoedelijk Arabisch/Islamitisch klinkende jongeren; dat voedt een patroon van wederzijdse beschuldigingen.
De kern van het betoog is dat achttien seconden beeldmateriaal te weinig context biedt om meteen van structureel politiegeweld of racisme te spreken. De heftige publieke reactie en media-aandacht zegt volgens de auteur minstens zo veel over de Nederlandse debatcultuur en de automatische slachtofferframeering als over het incident zelf. Tegelijk pleit hij voor waardering van de doorgaans terughoudende houding van agenten en voor meer ruimte om orde te handhaven waar dat nodig is.