Is België echt een van de weinige landen waar je met vervroegd pensioen kan als je deeltijds werkt?
In dit artikel:
De federale regering voerde hervormingen door die de wettelijke pensioenleeftijd op 67 stellen, terwijl vervroegd stoppen nog mogelijk blijft — bijvoorbeeld op 63 jaar mits 42 loopbaanjaren. Tegelijk worden de voorwaarden aangescherpt: een 'loopbaanjaar' moet voortaan 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen tellen in plaats van 104, wat praktisch neerkomt op minstens halftijds werken. Voor wie toch vroeger stopt kan een malus (pensioenkorting) gelden; uitsluitingsregels bestaan nog steeds — bij 42 loopbaanjaren moet je bijvoorbeeld minstens 35 jaar effectief gewerkt hebben en maximaal zeven jaar werkloosheid kunnen meerekenen. Minister Jan Jambon stelde in het parlement dat ongeveer de helft van de vervroegd gepensioneerden inderdaad vroeger stopt, maar dat slechts zo’n 23% door de strengere malusregels wordt geraakt; de overheid hoopt dat die regels mensen verleiden langer door te werken.
De discussie escaleerde nadat N‑VA-fractieleider Axel Ronse in het programma De Afspraak zei dat België een van de weinige landen is waar je na veel deeltijds werk toch vervroegd kunt stoppen. OESO-pensioenexpert Wouter De Tavernier weerlegt die stelling: in twee derde van de 27 vergelijkbare landen is er geen verschil tussen voltijds en deeltijds werk voor het recht op vervroegd pensioen. Waar België wél opvalt, is op het vlak van de malus: tot voor kort behoorde ons land tot een kleine groep OESO-landen zonder afbouw bij vervroegd pensioen (naast Luxemburg en voor sommige groepen Hongarije). De nieuwe hervorming introduceert dus een malus, maar de Belgische regels blijven relatief soepel in vergelijking met landen als Oostenrijk, waar een vaste aftrek van 5,1% per jaar bij vervroegd pensioen geldt en weinig ontsnappingsmogelijkheden bestaan.
Internationaal zijn er ook systemen die een malus hebben maar die kunnen laten vallen bij een zeer lange loopbaan (bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Portugal en enkele andere landen met drempels tussen circa 40 en 46 jaar). Op het niveau van het minimale aantal gewerkte dagen per jaar wordt België strenger dan Luxemburg maar minder streng dan sommige andere Europese landen.
Verder blijkt uit cijfers dat Belgische loopbanen gemiddeld aan de korte kant zijn: vooral vrouwen hebben kortere carrières en veel van de meegerekende jaren zijn gelijkgestelde periodes (zorg, ziekte) in plaats van betaalde arbeid. Ook latere toetreding tot de arbeidsmarkt door langere opleidingen en periodes van onbetaald werk spelen een rol. Daarmee is het onzeker of de nieuwe regels daadwerkelijk tot langere, werkzame carrières zullen leiden; dat hangt ook af van de werkbaarheid van jobs op oudere leeftijd.