Is Amerika nog onze bondgenoot? Minister Berendsen (BuZa) denkt van wel: 'Maar je kunt niet altijd op dezelfde manier op de VS vertrouwen als in het verleden'
In dit artikel:
Tom Berendsen (43) begon deze zomer als minister van Buitenlandse Zaken en is al de negende bewindsman op die post in acht jaar. Zijn aantreden valt samen met acute geopolitieke spanningen: binnen een week na zijn benoeming brak er een oorlog rond Iran uit, en hij reisde meteen naar Kyiv, de Golfregio (VAE en Saoedi-Arabië) en naar Washington. Berendsen zegt dat hij juist in zulke crisismomenten het ambt wil vervullen en snel moet handelen, maar dat Nederland waar mogelijk eerst de feiten wil overzien voordat het grote uitspraken doet.
Operationeel plaatste Nederland het fregat Evertsen in de regio om onder meer Cyprus te beschermen; een tweede fregat staat stand-by om bij te dragen aan het vrijmaken van de Straat van Hormuz zodra vijandelijkheden afnemen. Over de recente aanvallen van de VS en Israël op Iraanse doelen stelt Berendsen begrip te hebben voor de beweegredenen (nucleaire ontwikkelingen, steun van Iran aan groeperingen als Hezbollah en de Houthi’s), maar hij ziet geen volkenrechtelijk mandaat voor zulke strikes en benadrukt dat Nederland vooral voor een diplomatieke uitweg pleit. Tijdens zijn bezoek aan Washington sprak hij hierover met Amerikaanse collega’s, maar ging er ook om te luisteren naar Amerikaanse oplossingsrichtingen.
Berendsen noemt de Verenigde Staten nog steeds een bondgenoot en essentieel binnen de NAVO, maar erkent dat het land minder voorspelbaar is geworden — iets dat bij Nederlandse kiezers terugkomt in dalend vertrouwen. Zijn antwoord is pragmatisch: de relatie blijft belangrijk en moet onderhouden worden, terwijl Nederland tegelijkertijd moet werken aan het verminderen van strategische afhankelijkheden (veiligheid, energie, grondstoffen) om sterker aan de onderhandelingstafel te staan.
Over hypes zoals Amerikaanse aandacht voor Groenland ontwijkt hij harde hypothetische dreigementen, en benadrukt dat Europa eerder eensgezind reageerde op stappen richting het eiland. Intern is Berendsen voorzichtig en bedachtzaam — hij weegt uitlatingen en probeert de uiteenlopende coalitiepartners bij elkaar te houden — maar geeft ook toe dat hij nog leert omgaan met debatten en parlementaire rituelen. Hij erkent dat de snelle wisseling van bewindslieden nadelig is voor de herkenbaarheid van Nederland in het buitenland, en wil juist stabiliteit en betrouwbaar optreden brengen om op termijn zijn stempel op het buitenlandbeleid te drukken.