Is AI nu vooruitgang, gevaar of hype?
In dit artikel:
Koen Haegens (verschijningsdatum 27 mei 2026, De Groene) zet in dit opiniestuk drie mogelijke gezichtspunten op kunstmatige intelligentie tegenover elkaar: grote vooruitgang, ernstige bedreiging of louter hype. Hij illustreert de optimistische route met een historisch voorbeeld: de industriële revolutie ruimde arbeidsplaatsen op maar leidde dankzij vakbeweging en politiek uiteindelijk tot betere lonen, meer vrije tijd en sociale verworvenheden. Vergelijkbare winsten zijn denkbaar wanneer AI saaie, routinematige taken overneemt—denk aan kortere werkweken of medische doorbraken—waardoor kwaliteit van leven stijgt.
Tegelijk waarschuwt Haegens voor de duistere kant: AI kan bestaande problemen versterken (versnelling van klimaatverandering, groeiende ongelijkheid, toegenomen macht voor autoritaire regimes) en zelfs existentiale bedreigingen inhouden als systemen zich tegen de mens richten. Daar staat tegenover dat veel van het huidige discours ook commercieel gemotiveerde opschudding is: bedrijven en investeerders blazen verwachtingen op en wisselen grootse beloften af met apocalyptische voorspellingen om kapitaal aan te trekken. Grote technologiebedrijven zijn van plan honderden miljarden te investeren—Haegens noemt een bedrag rond 650 miljard dollar—en meerdere toonaangevende spelers (SpaceX, OpenAI, Anthropic) bereiden een beursgang voor; alleen Anthropic draait recent winst.
Dat maakt een gevaarlijke kraamkamer voor een financiële zeepbel, met risico op forse verliezen voor beleggers, waaronder Nederlandse pensioenfondsen, als de markt omslaat. Historisch gezien hoeft zo’n crash niet het einde van een technologie te betekenen: de dotcom-bubbel leidde wel tot faillissementen, maar niet tot het verdwijnen van het internet. Hedendaagse modellen leveren immers al indrukwekkende resultaten.
Haegens’ conclusie is dubbel: AI is tegelijk belofte, risico en hype. Daarom moeten beleidsmakers en samenleving zich nu richten op politieke en institutionele kaders om de grootste gevaren in te dammen—zodat de potentiële baten van de technologie daadwerkelijk benut kunnen worden. Mogelijke aanvullingen zijn strengere regelgeving, toezicht op veiligheidsstandaarden en maatregelen om arbeidsmarkteffecten sociaal te verzachten.