Irans kernenergie en Europa's keuzes
In dit artikel:
Sinds 28 februari is er een grootschalige oorlog in West-Azië uitgebroken na een gezamenlijke Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran. Volgens Israël en de VS was de actie bedoeld om een vermeende directe dreiging van Iran — het verhinderen van een Iraans kernwapenprogramma en het uitschakelen van langeafstandsraketten en steun aan verzetsgroepen — af te wenden. De aanval kwam er ondanks dat internationale waarnemers, waaronder de IAEA en delen van de Amerikaanse inlichtingendiensten, geen aanwijzingen zagen dat Iran op korte termijn over een kernwapen zou beschikken. Bovendien meldden Omaanse bemiddelaars dat er op 27 februari, de dag vóór de aanval, nog belangrijke vooruitgang was geboekt in gesprekken over Iraans uraniumverrijkingsbeleid.
De auteur van het stuk stelt dat de aanval al maanden gepland was en dat diplomatieke onderhandelingen als rookgordijn hebben gefungeerd. Juridisch wordt betoogd dat een dergelijke aanval zonder een onmiddellijk dreigende aanval in strijd is met het VN-Handvest en dat belangrijke procedures — zoals een mandaat van de VN-Veiligheidsraad en goedkeuring door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden — niet zijn nageleefd. Daarmee zouden Israël en de VS de internationale rechtsorde ernstig ondermijnen en een gevaarlijk precedent scheppen.
De achtergrond van het Iraanse nucleaire dossier wordt geschetst met historische verwijzingen: de Amerikaanse en Britse inmenging in 1953, de pro-nucleaire ambities in de shah-periode, de revolutie van 1979 en een daaropvolgende religieus-politieke afkeer van kernwapens. Ook wordt de JCPOA van 2015 genoemd als het akkoord dat beperkingen en inspecties vastlegde en sancties opheffen beloofde; in 2018 trok de VS zich terug en herstelde sancties, waarna Iran zijn verrijkingsgraad opschroefde. De schrijver benadrukt dat Iran herhaaldelijk ontkent kernwapens na te streven en verwijst naar morele en praktische bezwaren van Teheran tegen een nucleair arsenaal.
Kritiek in het artikel richt zich ook op westerse dubbelstandaarden: Israël bezit kernwapens zonder publiekelijk verifieerbare inspecties en is geen partij bij het non-proliferatieverdrag, terwijl Iran voor zijn civiele nucleaire rechten wordt gedemoniseerd. De westerse legitimatie van de aanval wordt gezien als verbonden met geopolitieke doelen, controle over hulpbronnen en steun voor een “Greater Israel”-agenda. Binnen de VS bestonden trouwens ook militair-strategische bedenkingen; hoge officieren waarschuwden voor de risico’s van escalatie.
De vraag voor Europa is volgens de auteur urgent: verdedigt het de internationale rechtsorde en zijn eigen belangen door afstand te nemen, of kiest het voor steun aan neokoloniale machtspolitiek en verliest het geloofwaardigheid? En mogelijk gevolg van de aanval: in plaats van Iran te neutraliseren, kan de aanval juist leiden tot versterkte Iraanse defensieve en eventueel nucleaire ambities, en tot brede destabilisatie in de regio.