Iraniërs vrezen Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op burgerdoelen
In dit artikel:
De oorlog die de Verenigde Staten en Israël tegen Iran voeren richt zich steeds vaker op niet-militaire doelen, met grote gevolgen voor de burgerbevolking. Na een recente televisietoespraak van president Trump — waarin hij aankondigde Iran flink te zullen treffen en het economische en infrastructuurgewijs te willen verzwakken — bombardeerden Amerikaanse troepen onder meer de strategische B1-brug tussen Karaj en Teheran. Beelden geverifieerd door de NOS tonen dat ook woonhuizen en bedrijfspanden in drukke wijken van Teheran zijn geraakt.
Mensenrechtenorganisatie HRANA meldt dat sinds het begin van het conflict ongeveer 1.600 burgers zijn gedood, aanzienlijk meer dan het aantal geïdentificeerde militaire slachtoffers. Iraans-Nederlandse Sara Nozohour schetst hoe angsten toenemen: familieleden halen zieken liever uit ziekenhuizen omdat ook medische locaties direct of indirect onder vuur liggen; haar oma werd uit voorzorg terug naar huis gehaald nadat familie een verklaring tekende dat ze de risico’s accepteerden.
Iran-deskundige Peyman Jafari wijst op het traumatiserende effect van de bombardementen — met zware explosies die nacht na nacht de grond doen trillen — en signaleert een richtingwijziging in doelwitten. Waar aanvankelijk productiefaciliteiten voor raketten en Garde-barakken werden getroffen, vallen nu ook gasvelden, raffinaderijen en fabrieken voor medicijnen en vaccins onder de aanvallen. Volgens Jafari is het belangrijkste doel om Iran economisch te verzwakken en zo haar aantrekkelijkheid voor bondgenoten als China en Rusland te verminderen, en het land te dwingen zijn aandacht lange tijd op binnenlands herstel te richten in plaats van op Israël-gerelateerde operaties.