Iraniërs in Delfzijl wachten op teken van leven. 'Ik scan video's van doden, bang dat ik iemand herken'

donderdag, 15 januari 2026 (20:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Drie Iraniërs uit Teheran—Alireza (33), Ahmad (33) en Mahboubeh (34)—wonen sinds hun vertrek uit Iran tijdelijk in Delfzijl en volgen machteloos de opstand in hun vaderland. De drie zitten in de Nederlandse asielprocedure; Alireza en Mahboubeh konden drie jaar geleden niet terugkeren na een verblijf in Nederland om politieke en religieuze redenen, Ahmad verbleef al meer dan twee jaar buiten Iran. Ze leerden elkaar kennen in Ter Apel en verblijven nu bij een bewoonster van Delfzijl, ver weg van de drukte van Teheran maar ook ver weg van familie en informatie.

De onrust in Iran escaleerde vanaf 28 december, aanvankelijk aangewakkerd door een economische crisis—devaluatie van de munt en stijgende inflatie—maar al snel gericht op bredere politieke eisen: tegen repressie, gebrek aan vrijheden en geweld van het regime. Inmiddels vinden er demonstraties plaats in alle 31 provincies van Iran. Door internet- en telefoonsluitingen is directe communicatie moeilijk; wat er wel uitlekt via satellietverbindingen en gelekte beelden toont schoten op demonstranten en rijen met lijkzakken. Mensen in Nederland ontvangen sporadisch berichten of gecodeerde telefoontjes van familie; een veelgebruikt codewoord voor protesteren was volgens Ahmad “winkelen”, omdat telefoons worden afgeluisterd.

Mensenrechtenorganisatie HRANA rapporteert dat sinds het begin van de protesten meer dan 18.000 mensen zijn gearresteerd en minstens 2.600 zijn gedood, cijfers die volgens betrokkenen nog aan de lage kant kunnen zijn. Alireza vertelt dat het leed vervolgens vaak persoonlijk en bureaucratisch doorgaat: families zouden in sommige gevallen verplicht worden te betalen om lichamen terug te krijgen—wat hij omschrijft als het moeten “betalen voor de kogel” die hun dierbare heeft gedood. Ook vreest hij een nieuw patroon van repressie zodra de aandacht van buiten afneemt: huis-aan-huisacties met namen en beelden van demonstranten die op straat zijn gezien, gevolgd door zware straffen en in sommige gevallen executies door ophanging, bedoeld om angst te zaaien.

Persoonlijke ervaringen illustreren de risico’s: Alireza zat tijdens eerdere protesten in 2022 twee dagen vast en zag dat anderen niet zo veel geluk hadden. Contact met familie is inmiddels sporadisch; Mahboubeh heeft haar moeder al een week niet gesproken. Ahmad draagt symbolen van een vroeger Iran—een horloge met de pre-1979 vlag—en veel demonstranten roepen figuren als Reza Pahlavi uit ballingschap aan als mogelijk overgangsleider die kan leiden naar vrije verkiezingen.

Het drietal hoopt op internationale steun. Ze zien westerse druk als essentieel, niet alleen om het Iraanse regime verantwoordelijk te houden voor binnenlands geweld, maar ook om te voorkomen dat repressie regionale instabiliteit veroorzaakt. Voor hen betekent een toekomstig Iran meer vrijheid voor vrouwen en het einde van het huidige religieus-politieke bestel; pas dan kan volgens hen het dagelijks leven en de rechten voor vrouwen fundamenteel veranderen. Vanuit Delfzijl blijven ze verhalen, beelden en waarschuwingen delen—pogingen om aandacht te houden voor wat zij als een humanitaire en politieke crisis beschouwen.