Iraniërs hebben al wekenlang beperkt zicht op de oorlog in eigen land
In dit artikel:
Bijna vijf weken nadat Amerikaanse en Israëlische raketaanvallen ook Iran troffen, heeft de Iraanse overheid het publieke internet grotendeels afgesloten, waardoor tientallen miljoenen mensen slecht of geen zicht hebben op wat de oorlog in eigen land veroorzaakt. Volgens NetBlocks kwam de blokkade enkele uren na de eerste aanvallen op gang. Telefonie werkt nog, maar veel Iraniërs durven niet via telefoongesprekken vrijuit te praten uit angst voor afluisteren; alleen wie het zich kan veroorloven schakelt via dure VPN-diensten of Starlink verbindingen.
Inwoners die wél online kunnen komen gebruiken vooral Telegram-kanalen en illegale kanalen om locaties van explosies, stroomstoringen en schade te delen. Een notarieel medewerker uit Teheran stuurt zulke meldingen soms per sms door om familie en vrienden te waarschuwen. Door de bombardementen zijn volgens berichtgeving minstens 1.598 burgers omgekomen. Tegelijkertijd lopen mensen groot risico door dit delen van informatie: de Revolutionaire Garde controleert op straat regelmatig telefoons en sinds het begin van het conflict zijn ongeveer duizend mensen gearresteerd op verdenking van online activiteiten — van filmen op verboden plaatsen tot "samenwerking met de vijand".
Terwijl gewone burgers worden afgesloten of gevolgd, houden regeringsfunctionarissen volledige toegang tot communicatiekanalen; president Pezeshkian post op X en minister Araghchi geeft interviews aan buitenlandse media. Binnenlands krijgen veel Iraniërs alleen toegang tot het nationale intranet, waar staatsmedia de toon zetten met optimistische verslagen over successen tegen Israël en Amerikaanse doelen — soms versterkt met door AI gegenereerde beelden — en claims over zware Amerikaanse verliezen. Het merendeel van de bevolking vertrouwt die propaganda niet; velen kijken naar buitenlandse zenders via illegale satellietontvangers (die regelmatig gestoord worden) of zoeken nieuws via sociale media wanneer dat nog kan.
De blokkade heeft ook een economische kant: internet is voor veel mensen essentieel voor hun werk en inkomen. Een muziekdocent in Teheran zegt: "We leven nu al weken onder bombardementen en constante angst en intimidatie" en merkt dat online lesgeven alleen lukt als er verbinding en geld voor een VPN is — vaak tegen hoge kosten en met het geluid van bombardementen op de achtergrond.
Volgens politicoloog Babak Rezaeedaryakenari van de Universiteit Leiden is het doel van de sluiting duidelijk: het regime wil het monopolie op informatie behouden en voorkomen dat mensen zich online organiseren en weer massaal de straat op gaan. De maatregel moet de controle van de staat versterken en het risico op nieuwe demonstraties verkleinen.