Iran valt Amerikaanse basis in Koeweit na bombardement op Bandar Abbas
In dit artikel:
De Iraanse Revolutionaire Garde heeft met drones een Amerikaanse legerbasis in Koeweit aangevallen, als vergelding voor een Amerikaans bombardement op Bandar Abbas, een havenstad aan de strategisch vitale Straat van Hormuz. Het incident vindt plaats te midden van moeizame vredesonderhandelingen tussen de VS en Iran en terwijl een staakt-het-vuren dat op 8 april inging onder druk staat.
Het Koeweitse leger meldde dat luchtafweer meerdere vijandige drones en raketten heeft onderschept; explosies boven het land zouden het gevolg zijn van die onderscheppingen. Er is geen officiële informatie over slachtoffers of materiële schade. De Revolutionaire Garde bevestigde een aanval op een Amerikaanse basis, maar noemde geen exacte locatie, waardoor onduidelijk blijft of alle doelen zijn geraakt.
De Amerikaanse zijde zegt eerder een lanceerinstallatie in Bandar Abbas te hebben getroffen en vier Iraanse aanvalsdrones te hebben neergehaald, en omschrijft die actie als beperkt en defensief, bedoeld om het staakt-het-vuren te handhaven. Die klap aan beide zijden verstoort de poging tot diplomatieke ontknoping: minister Marco Rubio sprak van enige vooruitgang en zei dat een akkoord binnen enkele dagen mogelijk is.
Iraanse staatstelevisie meldde een conceptakkoord waarbij de Straat van Hormuz weer opengaat en Iran samen met bemiddelaar Oman het scheepvaartverkeer beheert. President Trump verwierp dat rapport scherp, waarschuwde Oman geen kant met Teheran te kiezen en beschuldigde Iran ervan de onderhandelingen te vertragen in de hoop Amerikaanse politieke wisselingen af te wachten.
De Straat van Hormuz blijft voorlopig geblokkeerd, met potentiële gevolgen voor de wereldeconomie, en het wankele staakt-het-vuren wordt geregeld getest door nieuwe incidenten.