Iran roept EU-ambassadeurs op matje om Revolutionaire Garde op terreurlijst
In dit artikel:
Iran heeft de EU-ambassadeurs in Teheran op het ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden nadat de EU vorige week de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG/IRGC) op de terrorismelijst zette. Die EU-beslissing is een reactie op de harde repressie van massale protesten eind december en in januari, waarbij naar schatting duizenden demonstranten om het leven kwamen. Tehran noemt de oproep een minimale maatregel, maar waarschuwt voor verdere vergeldingsacties en suggereert dat ook militairen uit EU-landen als “terroristen” bestempeld kunnen worden.
De Revolutionaire Garde speelt zowel binnen Iran als in de regio een sleutelrol: militair, politiek en economisch heeft zij veel invloed, en ze wordt door de EU ook genoemd vanwege haar acties in Syrië en haar steun aan groepen als Hezbollah. De EU rechtvaardigt de terrorisering van de IRG niet alleen door binnenlandse repressie, maar ook door haar bijdrage aan regionale destabilisatie en het ondersteunen van gewapende milities.
Tegelijk probeert Iran de betrekkingen met de Verenigde Staten te herijken; de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken benadrukt dat wederzijds vertrouwen noodzakelijk is voor nieuwe onderhandelingen, al zegt hij dat dat vertrouwen beschadigd is maar herbouwd kan worden. Het nucleaire dossier ligt gevoelig: gesprekken met Washington liepen vorig jaar vast, en recente aanvallen van Israël en Amerikaanse bombardementen op atoominstallaties hebben de spanningen verder opgevoerd. De VS heeft bovendien zijn militaire aanwezigheid in de regio versterkt en heeft onder meer met dreigementen richting Iran gereageerd als de doding van betogers en het nucleaire streven niet stopt.
Kort samengevat: de EU-stap om de IRG op de terrorismelijst te zetten heeft geleid tot een diplomatieke confrontatie in Teheran en verhoogt de druk op een regime dat binnenlands wordt geconfronteerd met massale onrust en extern met groeiende veiligheids- en politieke spanningen.