Iran-oorlog drukt op buffers pensioenfondsen
In dit artikel:
Pensioenfondsen ABP (3,2 mln deelnemers) en PME (630.000 deelnemers) rapporteerden donderdag een lichte daling van hun dekkingsgraad, mede veroorzaakt door onrust op de financiële markten en de dalende rente. De dekkingsgraad — de maat voor in hoeverre een fonds zijn toekomstige verplichtingen kan betalen — zakte bij ABP van 123,5% eind 2025 naar 119,1% eind maart. Bij PME ging het van 125,3% naar 121,5%.
De belangrijkste oorzaak is de lagere rente: onder het oude pensioensysteem, waaronder beide fondsen vallen, leidt dat tot een hogere verplichting en dus een lagere dekkingsgraad. ABP noteerde daarnaast een licht negatief beleggingsrendement over het kwartaal (−0,5%), waardoor het fonds circa 2,8 miljard euro verloor; alternatieve beleggingen zoals grondstoffen en infrastructuur gaven wel positieve bijdragen. PME behaalde een licht positief rendement van 0,3%.
Beide fondsen bereiden zich voor op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2027 (het zogeheten invaren), waarbij het collectief opgebouwde vermogen wordt omgezet naar individuele rekeningen, terwijl er een gezamenlijke buffer blijft bestaan. Een sterke financiële positie is voor deelnemers cruciaal bij die omzetting: fondsen met een gezonde dekkingsgraad kunnen bij invaren ruimte bieden voor correcties en extra indexatie van pensioenen. ABP en PME mikken erop de dekkingsgraad eind dit jaar rond 110% te laten uitkomen, wat volgens ABP ruimte kan scheppen voor achterstallige of extra verhogingen.
PME wijst erop dat het beeld volatiel is; het meldde dat de dekkingsgraad op het moment van publicatie alweer richting 125% was gestegen. Om deelnemers te beschermen tegen schommelingen voorafgaand aan het nieuwe stelsel heeft PME de renteafdekking vergroot: het fonds belegt nu relatief meer in instrumenten die minder gevoelig zijn voor renteschommelingen, zoals staatsobligaties.
Ter vergelijking: de drie andere grote Nederlandse fondsen (PMT, PFZW en bpfBOUW) zijn al overgestapt naar het nieuwe stelsel en zagen hun pensioenen flink stijgen; zij publiceren in mei hun actuele cijfers. In bredere context meldde het CBS dat Nederlanders steeds later stoppen met werken: in het afgelopen jaar gingen ruim 100.000 werknemers met pensioen, met een gemiddelde leeftijd van 66 jaar en 4 maanden — en een groeiend aandeel mensen (ongeveer 40%) dat doorwerkt tot de AOW-leeftijd van 67 jaar.