Inzet grote grazers voor meer bloemen en bestuivers: inzichten uit 30 jaar ervaring
In dit artikel:
ARK Rewilding Nederland zet al ruim dertig jaar grote grazers in voor natuurherstel. Runderen, paarden, wisenten en soms waterbuffels helpen landschappen open en kruidenrijk te houden, zoals dat volgens de organisatie ook vóór menselijke invloed gebeurde. De ervaringen laten zien dat het resultaat sterk afhangt van het moment, de soorten en het aantal dieren.
Grazers moeten zo vroeg mogelijk worden ingezet in nieuwe natuur. In de Millingerwaard en langs de Grensmaas voorkwamen ze dat snel groeiende wilgen- en populierenopslag uitgroeide tot gesloten bos. Ook op voormalige landbouwgrond kunnen ze de ontwikkeling van gevarieerde natuur sturen, al is een goede uitgangssituatie belangrijk. Bodemverontreiniging door jarenlang landbouwkundig gebruik kan de ontwikkeling van kruiden en bos remmen.
Een combinatie van grazersoorten werkt beter dan één soort alleen. Op de Slikken van de Heen brachten paarden het dominante duinriet terug, dat runderen grotendeels lieten staan, waardoor ruimte ontstond voor meer bloemen. Runderen zoeken vooral open terrein, terwijl wisenten vaker bosranden en kapvlaktes benutten. Door dieren niet te vaak te vervangen, kunnen ze terreinkennis en plantenkennis opbouwen en aan hun jongen doorgeven. Lagere dichtheden van meerdere soorten zorgen volgens ARK voor meer variatie en biodiversiteit.
De juiste graasdruk is essentieel. Te veel dieren veroorzaken overbegrazing en kale grond; te weinig dieren laten het gebied dichtgroeien. Op voedselrijke klei kan ongeveer één grote grazer per hectare mogelijk zijn, terwijl op rivieroevers, heide en duinen lagere dichtheden nodig zijn. Middelgrote grazers zoals reeën, herten en schapen eten vaker bloemhoofdjes en kunnen daardoor de kruidenrijkdom verminderen. Ook roofdieren spelen een rol: zij houden kleinere grazers in toom en maken ruimte voor grotere soorten.
Grote grazers beïnvloeden de natuur bovendien door hun gedrag. Stierenkuilen en stofbaden creëren kleine leefgebieden voor pionierplanten. Dieren verspreiden ook zaden, bijvoorbeeld van gewone agrimonie, via hun vacht. Daarnaast kunnen ze invasieve planten terugdringen. Herkauwers eten reuzenberenklauw, terwijl paarden watercrassula aanpakken en wisenten Amerikaanse vogelkers beschadigen door de bast los te trekken. Volledige uitroeiing lukt niet altijd, maar begrazing kan machinale bestrijding duurzamer vervangen of aanvullen.
Winterbegrazing is tot slot belangrijk. In de winter zitten kruiden veilig in wortels, knollen of zaden, terwijl dieren vooral gras eten. Daardoor blijft de bodem open voor kieming in het voorjaar en wordt struweel teruggedrongen. Bijvoeren kan dit effect ondermijnen doordat dieren minder struiken eten en later, door een te hoge dichtheid, ook bloemen wegvreten. ARK concludeert dat natuurlijke begrazing geen experiment is, maar een manier om oude ecologische processen opnieuw ruimte te geven.
Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!