Invasieve struikaster in openbaar groen
In dit artikel:
De invasieve struikaster (Baccharis halimifolia), sinds 2016 op de EU-Unielijst, is in oktober 2025 voor het eerst recentelijk aangetroffen in Nederland — niet in de natuur zelf maar als geplante exemplaren in openbaar groen vlak bij de duinen van Ter Heijde en Monster (gemeente Westland), ingesloten tussen Natura 2000-gebieden. In België veroorzaakte de soort al grote schade in kwetsbare duingebieden omdat zij dichte, ondoordringbare struiken vormt die inheemse planten verdringen; in Nederland waren eerdere losse opkomsten (2014–2016) tijdig verwijderd voordat vestiging kon optreden.
Na de vondst namen het Nederlands Instituut voor Vectoren, Invasieve planten en Plantgezondheid (NVWA), Naturalis, de gemeente Westland en de provincie Zuid-Holland snel contact en actie. De soort is tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke planten zijn apart), en in één van de zeven aangetroffen beplantingen stonden beide geslachten, wat zaadvorming mogelijk maakte; elders stonden vooral vrouwelijke planten. Binnen een maand zijn alle mannelijke exemplaren plus omliggende vrouwelijke planten gerooid om verspreiding te voorkomen; de overige perken met vrouwelijke planten zijn eveneens recent verwijderd.
Daarna is de grond bewerkt en wordt er herbeplant met soorten die passen bij het duinlandschap, zodat inheemse flora en fauna weer ruimte krijgen. Omdat Nederland als lidstaat verplicht is een Unielijst-soort uit te roeien zolang zij nog niet gevestigd is, gold snelle uitroeiing als verplichte maatregel. Er blijft nazorg nodig: de omgeving wordt de komende jaren gecontroleerd op achtergebleven zaailingen.
Daarnaast zijn kortgeleden nog drie andere locaties binnen de gemeente Westland met struikaster bevestigd; ook deze planten worden verwijderd en vervangen door inheemse beplanting, werkzaamheden die naar verwachting half maart (2026) worden afgerond. De actie toont aan dat snelle detectie en samenwerking tussen lokale en nationale instanties vestiging in beschermde duinen heeft kunnen voorkomen, maar blijvende monitoring blijft cruciaal.