Invasieve pedaalmot blijkt toch een andere soort

vrijdag, 20 februari 2026 (12:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Sinds eind jaren tachtig dook in Kortgene (Zeeland) een onbekende pedaalmot op bij tuinconiferen; amateurverzamelaar Jaap van Vuure noteerde de soort al vanaf 1984. In latere waarnemingen in Nederland en België en bij vondsten in de regio Parijs (2019) werd gezocht naar een naam, waarbij DNA-barcoding leidde tot verwarring: barcodes uit Parijs leken te matchen met exemplaren uit Vancouver die als de Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella waren aangeduid. Naturalis-onderzoeker Erik van Nieukerken ontdekte echter dat uiterlijke kenmerken van de Vancouver‑exemplaren niet overeenkwamen met het holotype van A. freyella; die Canadese determinatie bleek voorlopig en onjuist.

Door morfologisch onderzoek gecombineerd met DNA-gegevens kon de invasieve soort uiteindelijk worden herkend als Argyresthia sabinae, een soort beschreven uit Japan en China. DNA-barcodes van monsters uit Nederland, België, Frankrijk, Canada, China en Japan ondersteunen deze conclusie; de Chinese exemplaren (Shandong) werden onder meer bestudeerd door Liu Tengteng. Omdat er snel een correcte naam nodig was voor een aanstaand boek over Nederlandse motten, wordt voorlopig de Nederlandse naam “Aziatische pedaalmot” voorgesteld in plaats van het eerder gebruikte “zuidelijke pedaalmot”.

De rups leeft op diverse cipressenfamilie-coniferen die veel in de handel zijn: Juniperus procumbens (Japan), Juniperus chinensis (China), diverse Juniperus-soorten (België), Platycladus orientalis (China) en Thuja occidentalis (Nederland). Larven mijnen in naalden of bladjes in de winter, verlaten die mijnen tussen januari en maart en verpoppen in een cocon op de plant of op de grond; volwassen vlinders vliegen van maart/april tot in juni. Vermoedelijk heeft de soort zich verspreid via de wereldwijde handel in sierconiferen (eitjes, larven of cocons op plantenmateriaal), maar tot nu toe veroorzaakt de soort geen zichtbare schade en verschijnt zij niet in hoge dichtheden.

Belangrijkere les uit dit onderzoek: DNA-barcodes zijn waardevol voor het opsporen van verspreiding, maar correcte soortbepaling vereist altijd taxonomische expertise en controle van specimenkenmerken en typemateriaal om fouten in databases te voorkomen.