'Hof van de wereld' is ondanks Gaza, Iran en Oekraïne populairder dan ooit
In dit artikel:
Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag vierde zijn tachtigste verjaardag temidden van zorgen over de staat van het internationale recht. VN-secretaris‑generaal António Guterres en andere VN‑topfunctionarissen waarschuwden tijdens de herdenking dat aanvallen op de internationale rechtsorde toenemen, vooral door landen met bijzondere verantwoordelijkheid voor vrede en veiligheid. ICJ‑president Yuji Iwasawa en VN‑vertegenwoordigers wezen op de zware druk waaronder het systeem staat.
Tegelijkertijd benadrukken juridische experts tegenover NU.nl dat de situatie genuanceerd is: het Hof is drukker en zichtbaarder dan ooit, maar kampt met concrete problemen. Het gerechtshof, opgericht in 1946 voor geschillen tussen staten, behandelt momenteel meer dan twintig zaken (exclusief adviesverzoeken). Veel procedures gaan rechtstreeks over lopende conflicten — Oekraïne diende binnen 24 uur na de Russische aanval in, Zuid‑Afrika startte snel procedures rond de geweldsuitingen in Gaza — en stromen van voorlopige maatregelen zorgen ervoor dat andere zaken moeten wachten. Door deze verdrievoudiging van urgent werk is de gemiddelde zaakduur gestegen van ongeveer drie naar vijf jaar.
Financiering is een knelpunt: het Hof wordt via de VN begroot, en die organisatie kampt met grote betalingsachterstanden; de Verenigde Staten hebben onder president Trump opvallende achterstanden opgebouwd. ICJ‑leiding roept op tot meer personeel en budget. Ook wordt gedebatteerd over interne hervormingen: critici pleiten voor gespecialiseerde kamers om de stapel zaken sneller af te handelen, maar veranderende samenstelling en werkmethoden botst met het huidige statuut en de opgebouwde procedures.
Deskundigen zoals Henri de Waele en Kyra Wigard wijzen erop dat ondanks de problemen veel internationale rechtsregels dagelijks functioneren en grenzen stellen — van diplomatieke normen tot lucht‑ en zeevaartregulering — en dat staten die hun reputatie belangrijk vinden deze kaders respecteren. Ook landen die het Hof bekritiseren, blijven het gebruiken: Rusland voert tegenvorderingen tegen Oekraïne, Iran klaagde recent meerdere staten aan.
De spreekwoordelijke zorg is vooral gericht op grootmachten die zich boven het recht lijken te plaatsen in kwesties als Gaza, Iran en Oekraïne, en op de onvoorspelbaarheid van politici als Donald Trump, waarvan deskundigen vrezen dat diens handelwijze het vertrouwen in internationale rechtspraak verder kan aantasten. Tot slot volgt een politiek beladen verkiezing voor vijf rechterzetels later dit jaar, een proces waarbij Algemene Vergadering en Veiligheidsraad afzonderlijk absolute meerderheden moet bereiken, wat de politieke spanning rond het Hof verder kan versterken.