Innovatieve 'hondse' ingreep werkt ook goed bij mensen met heupdysplasie
In dit artikel:
Twee hoogleraren — orthopedisch chirurg Bart van der Wal (Universiteit Leiden/voormalig UMC Utrecht) en dierenarts Björn Meij (Diergeneeskunde, UU) — verbonden de kennis uit humane en veterinaire geneeskunde om een nieuwe behandeling voor heupdysplasie te ontwikkelen. Heupdysplasie, een aangeboren slechte bedekking van de heupkop die leidt tot vroegtijdige slijtage, veroorzaakt pijn en beperkingen bij zowel jongvolwassen mensen als bij veel hondenrassen.
Van der Wal bedacht dat het ontbrekende bot aan de rand van de heupkom niet met een grote bekkenoperatie maar met een precies onderdeel op maat zou kunnen worden toegevoegd. Samen met Meij, die al ervaring had met 3D-geprinte implantaten bij honden (onder meer een vroeg Europees geval van een 3D-geprinte schedelprothese), zette het duo een traject op: CT-scans bepalen precies welk stukje bot mist en daar wordt een 3D-geprint titanium stukje op afgestemd en geplaatst.
De techniek werd eerst uitgebreid getest in het laboratorium op gedoneerde hondendeskundig materiaal en daarna op levende honden. Meer dan honderd honden kregen inmiddels het implantaat, met als resultaat kortere revalidatie en minder pijn vergeleken met de klassieke ingreep waarbij het bekken op meerdere plaatsen wordt doorgenomen en gekanteld — een operatie met grotere complicatierisico’s en langere hersteltijden.
Begin dit jaar werd de eerste mens geopereerd in het ziekenhuis van Geldrop: een 36-jarige man met heupdysplasie kreeg een 3D-geprinte titanium heupkom geïmplanteerd. Die stap naar de humane praktijk vereiste aanvullende veiligheids- en regelcontroles, maar de onderzoekers zien de veterinaire ervaringen als waardevolle voorloper. Binnenkort volgt een tweede patiënt, waarna mogelijk nog drie mensen op dezelfde manier behandeld zullen worden, mits de uitkomsten positief blijven.
Tijdens de ontwikkeling viel ook op dat hondenimplantaten een andere duurzaamheid vereisen: een aangepast, sterker ontwerp is ontwikkeld omdat grote honden gedurende hun leven veel meer stappen zetten dan mensen. De samenwerking illustreert het principe van “one health/one medicine”: behandelingen en technieken kunnen tussen mens en dier heen en weer inspireren en elkaar versterken. De onderzoekers blijven voorzichtig optimistisch: de successen bij honden geven hoop, maar grotere aantallen en tijd zullen moeten uitwijzen of de aanpak duurzaam en veilig is voor bredere toepassing bij mensen.