Inkorten WW-duur is funest
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten wil de WW-rules ingrijpend versoberen: vanaf 1 januari 2028 wordt de maximale duur van de werkloosheidsuitkering teruggebracht naar 12 maanden en de maximale uitkering verlaagd met ongeveer 20 procent (van circa €4.600 naar €3.700). Om recht te hebben op de volledige nieuwe maximumduur is bovendien een arbeidsverleden van minimaal 24 jaar vereist. Deze maatregel bouwt voort op eerdere ingrepen: tot rond 2016 gold nog een maximale WW-duur van 38 maanden, die toen al werd teruggebracht naar 24 maanden.
Achtergrond en motief
De regering presenteert de plannen als een bezuiniging, maar beleidsadviezen zoals het rapport-Wennink spelen een belangrijke rol: die pleiten voor een herijking van sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid om beter aan te sluiten bij economische en technologische ambities. In de heersende politiek-economische opvatting wordt versterkte nadruk op werken en participatie gezien als nodig om kostenstijgingen (zoals in zorg en defensie) draagbaar te houden en economische groei te bevorderen.
Directe en verwachte gevolgen
De maatregelen zullen naar verwachting leiden tot aanzienlijke instroom in de bijstand. In 2025 vond ongeveer twee derde van de werklozen binnen een half jaar een nieuwe baan, maar volgens het CBS waren er in het vierde kwartaal van 2025 nog zo’n 73.000 mensen die langer dan een jaar werkloos waren. Voor deze groep betekent een kortere WW-periode vaak overgang naar de Participatiewet (bijstand), waarbij de uitkering niet meer inkomensgerelateerd is maar op het bestaansminimum ligt. Toegang tot bijstand hangt bovendien af van het huishoudinkomen en het vermogen: een verdienende partner of een gezinsvermogen boven circa €16.000 kan recht op bijstand uitsluiten; overwaarde in de eigen woning boven ongeveer €67.500 leidt tot geen recht of slechts een lening. Daardoor kunnen veel mensen die niet snel weer aan het werk komen, financieel sterk worden geraakt.
Risicoverdeling op de arbeidsmarkt
De huidige Nederlandse arbeidsmarkt is relatief krap (ongeveer 4% werkloosheid), wat verklaart waarom veel werklozen snel weer werk vinden — vooral jongere hbo-/wo-opgeleiden. Toch hebben ouderen en werknemers met onvoldoende of verouderde vaardigheden de grootste moeite om opnieuw werk te vinden, ondanks die krapte. Voor hen is meer tijd en investering in omscholing vaak noodzakelijk; een ingekorte WW-periode biedt die ruimte niet altijd.
Extra onzekerheid door A.I.
De opkomst van generatieve A.I. vergroot de onzekerheid. Grote onderzoeksbureaus (KPMG, PwC, Goldman Sachs) waarschuwen dat A.I. de inhoud van veel banen sterk zal veranderen en dat wereldwijd een substantiële groep banen zal verdwijnen. Naarmate meer functies veranderen of verdwijnen, neemt de behoefte aan omscholing toe en wordt het minder vanzelfsprekend dat mensen snel van de ene naar de andere baan doorschuiven — een ontwikkeling die samenvalt met de voorgenomen verkorting van de WW.
Politieke en sociale afwegingen
De invoering van de kortere WW-duur botst met uitspraken in het regeerakkoord dat mensen die niet kunnen werken moeten kunnen vertrouwen op een degelijk stelsel van sociale zekerheid en dat beleid meer vanuit vertrouwen moet worden vormgegeven. De auteur waarschuwt dat het idee van de WW-verkorting als ‘stok achter de deur’ vooral jonge, gezonde werkenden kan stimuleren, maar de zwakkeren op de arbeidsmarkt extra kwetsbaar maakt. Verder pleit de tekst ervoor om het beleid niet te laten bepalen door het gedrag van een kleine groep mensen die mogelijk misbruik maken van het systeem — verwijzingen naar lessen uit de toeslagenaffaire worden gemaakt.
Mogelijke mitigatie
Als de verkorting ongewijzigd blijft, biedt alleen aanpassing van de Participatiewet enige compensatie: partnerinkomen en de eigen woning zouden buiten beschouwing gehouden moeten worden en er zou een ondergrens voor het gezinsvermogen moeten komen (vergelijkbaar met de huidige Box-3-grens). Dat vermindert het verschil tussen bijstand op sociaal-minimumniveau en de eerdere loon-gerelateerde WW-uitkering, maar lost structurele knelpunten (zoals benodigde omscholing en A.I.-gerelateerde transities) niet op.
Kortom: het kabinet beoogt via de WW-versobering meer druk richting werk en lagere uitkeringskosten, maar de maatregel vergroot de risico’s voor ouderen, laaggeschoolden en mensen die omscholing nodig hebben — risico’s die door technologische veranderingen waarschijnlijk alleen maar groter worden.