Initiatiefnemers Music Club Prince verwijten gemeente dat discotheek er niet komt. Meppel reageert fel
In dit artikel:
Na ongeveer 15 maanden voorbereiding komt Music Club Prince in Meppel er niet. Initiatiefnemers Maarten van Oosten en Jan Broekman leggen de schuld vooral bij de gemeente: volgens hen leidde vijftien maanden onduidelijkheid vanuit het gemeentebestuur tot het afblazen van het discotheek‑ en poppodiumproject. De ondernemers betreuren dat Meppel daardoor voorlopig geen nieuw podium voor livemuziek en cultureel ondernemerschap krijgt.
De gemeente geeft een tegengeluid via een memo aan de raad en reageert scherp op de aantijgingen. Volgens het college klopte het beeld dat de ondernemers in de media schetsten niet; bestuurlijke duidelijkheid kan alleen ontstaan als initiatiefnemers het gesprek zoeken met het bestuur, iets wat volgens de gemeente onvoldoende is gebeurd. Belangrijke knelpunten waren parkeervraagstukken en geluidsrapportages die door de gemeente meerdere keren zijn opgeëist. De gemeente stelt dat zij bereid is een horecaonderneming in zogeheten categorie 4 (meer impactvolle nachtvoorziening) in principe mogelijk te achten, maar alleen als de ondernemers de vereiste onderzoeken (parkeeronderzoek, akoestiek) aanleveren.
Een cruciaal moment vond plaats eind januari: op 22 januari ontvingen ambtenaren een nieuw plan, en op 28 januari vond een overleg plaats waarin de initiatiefnemers onverwacht met een advocaat verschenen. Volgens de gemeente werden tijdens dat gesprek persoonlijke verwijten geuit naar een behandelend ambtenaar; toen werd aangegeven dat een zorgvuldige beoordeling van de aangeleverde stukken enkele weken zou duren, verlieten de ondernemers het overleg en maakte men later die dag via de pers bekend te stoppen met het project.
Eerder in het traject hadden de ondernemers in maart een conceptvergunning ingediend en later een factuur van 7.500 euro gestuurd vanwege vermeende lange doorlooptijden, waarop de gemeente heeft moeten uitleggen hoe het proces verloopt. Broekman en Van Oosten sluiten niet uit dat ze zich in de toekomst herbezinnen op vervolgstappen; de gemeente houdt vol dat voortgang mogelijk was geweest mits de benodigde onderbouwing tijdig was aangeleverd.