Ingebruikname Van Damorgel Tholen na restauratie
In dit artikel:
Het Van Dam‑orgel in de Grote Kerk van Tholen wordt na een ingrijpende restauratie op 20 maart opnieuw in gebruik genomen; de ingebruikname begint om 19:30 uur. Orgeladviseur Cees van der Poel geeft het heropende concert, waarbij Thools organist Eric Quist de samenzang begeleidt.
De restauratie door Elbertse & Van Vulpen Orgelmakers (Utrecht), gestart in 2024, was noodzakelijk vanwege technische gebreken: windlekkage, versleten mechanieken die steeds vaker hingen, en sterke vervuiling van het historische instrument. Belangrijk onderdeel van het werk was het reconstrueren van de windvoorziening zoals die oorspronkelijk in de Galileërkerk te Leeuwarden aanwezig was. De historische blaasbalgen zijn nagebouwd en leveren nu een ademende, levendige windstroom. Omdat er achter het orgel geen ruimte is, hangt de nieuwe balgenstoel zichtbaar in de toren; de balgen worden op traditionele wijze getreden, maar niet door orgeltrappers — de bediening wordt nu elektronisch aangestuurd.
Het instrument kent een rijke geschiedenis: gebouwd voor de Galileërkerk (die in 1940 werd afgebroken), later geschonken aan Doesburg en in 1955 overgeplaatst naar de Grote Kerk van Tholen ter vervanging van een Hilboesenorgel uit 1900. In 1993 onderging het orgel ook al een restauratie door orgelmaker Blank. Van de eerste en tweede generatie Van Dam‑orgels zijn 25 exemplaren bewaard gebleven; van de grotere stadsorgels uit die periode is Tholen vrijwel gaaf overgeleverd en het is het enige van die vijf grotere orgels met drie klavieren.
Klankmatig heeft het Van Dam‑orgel een voornaam hoofdwerk met lage tertsmixtuur en Cornet, een rugwerkplenum voor extra brillantheid en op het bovenwerk fraaie strijkers en een Fluit dolce. Door deze voicing en de combinatie van klassieke Friese bouwtraditie met elementen van de Duitse Frühromantik is het instrument breed inzetbaar — van Bach en Mendelssohn tot Nederlandse koraalromantiek van componisten als Bastiaans, De Lange en Litzau.