ING-onderzoek: 42 procent van Nederlanders sluit beleggen uit
In dit artikel:
Spaargeld geeft veel Nederlanders een gevoel van zekerheid, omdat het direct beschikbaar is en niet dagelijks in waarde schommelt. Uit internationaal onderzoek van ING, dat op 7 september werd gepubliceerd, blijkt dat 42 procent van de Nederlandse ondervraagden beleggen volledig uitsluit. Het onderzoek werd door Ipsos uitgevoerd onder ongeveer duizend volwassenen per deelnemend land.
Van de Nederlandse respondenten beschouwt 44 procent beleggen als gokken en zegt 39 procent daarvoor onvoldoende kennis te hebben. Een derde zou geneigd zijn beleggingen te verkopen na een forse daling. Volgens ING speelt ook mee dat Nederlanders al relatief veel vermogen opbouwen via hun pensioen en woning, waardoor extra beleggen niet voor iedereen noodzakelijk voelt.
De belangrijkste afweging is volgens de uitleg niet welk product het hoogste rendement belooft, maar wanneer het geld nodig is. Een noodbuffer en geld voor uitgaven op korte termijn horen beschikbaar te blijven. Wie daarvoor belegt, kan gedwongen worden op een ongunstig moment te verkopen. Geld voor een doel over tientallen jaren kan daarentegen anders worden beoordeeld, afhankelijk van de persoonlijke situatie en risicobereidheid.
De Autoriteit Financiële Markten benadrukt dat beleggen een persoonlijke keuze is en dat een voldoende buffer, een duidelijk doel en inzicht in risico’s nodig zijn. Beleggen kent geen gegarandeerd rendement: koersen kunnen dalen en kosten kunnen de opbrengst verminderen. Gemiddelde rendementen over lange perioden zijn daarom geen belofte voor het volgende jaar. Ook een rekenvoorbeeld met een vast jaarlijks rendement is geen zekerheid.
Voor spaargeld geldt onder de Nederlandse depositogarantie bescherming tot 100.000 euro per persoon per bank. Rekeningen bij verschillende merknamen kunnen bij dezelfde bankvergunning horen en worden dan bij elkaar opgeteld. Deze garantie beschermt tegen het faillissement van een bank, maar niet tegen verlies van koopkracht door inflatie. Beleggingsverliezen vallen er evenmin onder.
Kosten verdienen extra aandacht. Een verschil van 0,5 procentpunt per jaar kost bij 20.000 euro in het eerste jaar 100 euro, al zegt dat voorbeeld niets over het uiteindelijke rendement of de geschiktheid van een product. Wie weinig kennis heeft, kan eerst de eigen buffer, pensioenopbouw en financiële doelen in kaart brengen. Tegelijk is geld jarenlang ongebruikt laten staan ook een keuze die opnieuw bekeken mag worden. Omdat ING commerciële belangen heeft bij zowel sparen als beleggen, is het verstandig de onderzoeksresultaten aan te vullen met onafhankelijke informatie.
Vandaag Inside: Dave Maasland tegen Jesse Klaver: ‘Zet ondernemers niet steeds weg als een zak met geld’