Infrabel investeert minstens 20 miljoen in Limburgs spoor voor Defensie en IJzeren Rijn
In dit artikel:
Infrabel trekt tegen 2032 meer dan 20 miljoen euro uit voor investeringen in het Limburgse spoor, grotendeels om infrastructuur aan te passen aan de noden van Defensie en om capaciteit te verhogen op de IJzeren Rijn. Omdat twee grote projecten – het goederenspoor naar Terneuzen en de toegankelijkheidswerken aan Antwerpen-Berchem – worden uitgesteld tot minstens 2030, komt 124,5 miljoen euro vrij en komt er nog eens 52 miljoen euro Europese steun bij. Dat geld wordt gebruikt voor vier nieuwe projecten (drie in Vlaanderen, één in Wallonië) plus extra werken in havens en stationstoegankelijkheid in Vlaanderen en Brussel.
Voor de militaire inzet reserveert Infrabel 21,5 miljoen euro. Een belangrijk deel vloeit naar de sporenbundel in Leopoldsburg, vlak bij de kazerne, die gemoderniseerd wordt zodat Defensie snel goederentreinen kan laden en lossen. Er komen ook perronsporen van 750 meter om extra lange goederentreinen te kunnen verwerken; oplevering is gepland rond 2028.
Het tweede grote Limburgproject is het aanleggen van een tweede spoor van 14 km tussen Mol en Neerpelt (kost: 16,5 miljoen euro), onderdeel van de historische IJzeren Rijn. Infrabel noemt dit een investering in capaciteit, stiptheid en betrouwbaarheid voor zowel militair als civiel goederen- en personenvervoer op de oost-westas naar Oost-Europa. De spoorbeheerder benadrukt dat zij uitvoert wat de federale regering beslist in het dossier.