Influencers prijzen online therapie aan, maar experts waarschuwen voor gevaren Betterhelp

dinsdag, 28 april 2026 (15:48) - Het Parool

In dit artikel:

Betterhelp, het Amerikaanse online-therapieplatform dat sinds 2013 bestaat, breekt nu in Nederland door met een op groei gerichte strategie: veel reclame via influencers en podcasts, snelle matching via een algoritme en veel investeringen om gebruikers en therapeuten aan te trekken. Het platform profileert zich als oplossing voor het vastgelopen Nederlandse ggz-systeem, waar tienduizenden mensen (meer dan 90.000 volgens de Nederlandse Zorgautoriteit) op wachtlijsten staan. Betterhelp belooft snelle, laagdrempelige hulp — kiezen voor gemak boven maandenlange wachttijd — en claimt wereldwijd tienduizenden therapeuten en honderden duizenden betalende klanten (in 2025 circa 390.000). In dat jaar boekte het moederbedrijf bijna een miljard euro omzet, met ruim de helft daarvan bestemd voor marketing.

In de praktijk levert dat model volgens ingewijden zowel kansen als risico’s op. Aan de aanbodkant probeert Betterhelp therapeuten aantrekkelijk te maken met bonussen (bijvoorbeeld een vergoeding na de eerste cliënt, en promoties bij het aanleveren van documenten) en een snel en weinig omslachtig aannameproces: CV en diploma uploaden, korte verificatie en direct aan de slag. Ex-medewerkers en therapeuten noemen dat screening en toezicht beperkt: vaak geen persoonlijk intakegesprek met een medewerker, minimaal contact na acceptatie en financiële prikkels die aanzetten tot veel uurproductie. Een voormalige therapeut uit Limburg stopte omdat zij het ’geldgerichte bedrijfsmodel’ en de aanmoediging om veel uren te maken onverantwoord vond.

Op de vraagzijde is er veel aanzuigende werking: influencers en podcasthosts promoten het platform met kortingscodes en persoonlijke verhalen, waardoor miljoenen luisteraars worden bereikt. Voor mensen die snel hulp zoeken, lijkt dat aantrekkelijk. Maar ervaren therapeuten en onderzoekers waarschuwen dat het algoritmische matchingmechanisme cliënten met ernstige klachten — depressie, burn-out, suïcidale gedachten — regelmatig koppelt aan relatief onervaren therapeuten of coaches. Een 35-jarige psycholoog die zowel in Amsterdam als op Bali werkte, verzocht cliënten met zware depressies en suïcidaliteit door te verwijzen naar de huisarts omdat ze zich onvoldoende toegerust voelde. Een cliënt uit Hengelo stopte na een maand omdat de behandeling niet persoonlijk of consistent genoeg was.

Wetenschappers trekken parallellen met de platformeconomie: UvA-onderzoeker Niels van Doorn noemt Betterhelp een voorbeeld van “uberficatie” van de ggz: een ondoorzichtig, schaalbaar systeem dat vraag en aanbod maximaliseert en daarbij mogelijk normen en kwaliteit onder druk zet. Hij waarschuwt dat platforms vaak eerst een oplossing lijken, maar vervolgens door schaal- en rendementsdrang problemen kunnen verergeren. Floor Scheepers, hoogleraar innovatie binnen de ggz, vindt dat mentale zorg zich niet leent voor een supermarkt‑achtig productaanbod; ggz-professionals ondergaan regulering, herregistratie en bijscholing die bij veel platformtherapeuten minder zichtbaar of afgedwongen lijkt.

Er zijn ook al concrete incidenten en zorgen omtrent privacy en veiligheid: in de VS betaalde Betterhelp in 2023 ongeveer 7,8 miljoen dollar aan een toezichthouder wegens ongeoorloofde doorlevering van gevoelige gebruikersdata aan derden, met een mogelijkheid tot terugvordering voor ruim 800.000 cliënten. Verder berichtten Amerikaanse media dat sommige gebruikers aan ongepaste of zelfs schadelijke vormen van behandeling werden gekoppeld.

Tegelijkertijd zien sommige online-therapeuten wél een rol als aanvulling op de zorg: zij bieden tijdelijke ondersteuning aan mensen die anders op een lange wachtlijst zouden blijven staan. Voor hen werkt het platform als tussenoplossing. Dat verhaal staat tegenover de stelling dat commerciële prikkels en snelle matching van onervaren hulpverleners risico’s opleveren voor kwetsbare groepen; fouten in de ggz kunnen ernstige gevolgen hebben, veel ernstiger dan kwaliteitsproblemen in minder gevoelige platformsectoren.

Kortom: Betterhelp vult een duidelijke leemte in de Nederlandse ggz door snelle en toegankelijke onlinehulp aan te bieden via grootschalige marketing en algoritmische koppeling. Tegelijk zetten experts, ex‑medewerkers en gebruikers vraagtekens bij de kwaliteit van screening, de financiële prikkels, de risico’s voor mensen met ernstige klachten en de omgang met privacygevoelige data. De discussie spitst zich toe op de vraag of schaalbare platformmodellen wel geschikt zijn voor geestelijke gezondheidszorg of dat ze, naast mogelijke voordelen, structurele risico’s introduceren voor kwetsbare cliënten.