Inflatie in maart 2,7 procent
In dit artikel:
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat de consumptieprijzen in Nederland in maart 2026 op jaarbasis 2,7 procent hoger lagen dan in maart 2025; in februari was de inflatie 2,4 procent. Dit cijfer bevestigt de snelle raming van eind maart. Ten opzichte van februari stegen de prijzen in maart met 0,7 procent; over de afgelopen tien jaar is dat maandsignaal voor maart gemiddeld ook 0,7 procent. CBS waarschuwt dat maand-op-maandmutaties deels seizoenseffecten kunnen reflecteren, zoals tijdelijke uitverkoopprijzen bij kleding.
De belangrijkste opwaartse bijdrage kwam van motorbrandstoffen: benzine, diesel en lpg waren samen 18,7 procent duurder dan een jaar eerder, terwijl in februari de jaarstijging nog 2,6 procent bedroeg. Vooral diesel steeg fors: van gemiddeld €1,834 per liter in februari naar €2,294 in maart; benzine ging van €2,039 naar €2,249 per liter. Ook voedingsmiddelen leverden een opwaartse bijdrage aan de inflatie.
Naast de nationale CPI publiceert het CBS ook de HICP (geharmoniseerde index) die EU-breed vergelijkbaar is. Volgens de HICP was de Nederlandse inflatie in maart 2,6 procent (februari 2,3%). De inflatie in de eurozone steeg van 1,9 naar 2,5 procent; energieprijzen namen in Nederland sterker toe dan gemiddeld in de eurozone, terwijl prijsstijgingen voor voedingsmiddelen, dranken en tabak in Nederland relatief minder sterk waren.
Belangrijke methodologische punten: de HICP sluit kosten van het wonen in de eigen woning uit, terwijl de CPI deze via huurontwikkeling meeneemt. Vanaf 2026 gebruiken CPI en HICP een nieuw basisjaar (2025=100). Het CBS biedt nadere toelichting en tools, zoals dashboards en een persoonlijke inflatiecalculator, voor wie meer details wil.