Indexmethoden voor transactiedata in de Consumentenprijsindex
In dit artikel:
Het CBS beschrijft hoe het transactiedata inzet bij de berekening van de Consumentenprijsindex (CPI) en plaatst die methoden in een ontwikkelingslijn die teruggaat tot eind jaren negentig. Voor de inflatieberekening gebruikt het bureau steeds meer elektronische verkoopbestanden van winkelketens (vaak wekelijks aangeleverd) waarin zowel prijzen als verhandelde hoeveelheden van alle gescande artikelen voorkomen. Die rijke datasets kunnen nauwkeuriger zijn dan klassieke steekproeven, maar brengen ook uitdagingen mee: een dynamisch assortiment met nieuwe en verdwijnende producten, uitverkoopprijzen en seizoenswisselingen vereisen indexmethoden die met zulke bewegelijkheid omkunnen.
Waar bilaterale methoden (vergelijking tussen twee perioden) gevoelig zijn voor drift en vertraging bij nieuwe producten, blijken multilaterale technieken robuuster omdat ze informatie uit meerdere perioden tegelijk gebruiken. Het CBS past onder meer de Geary‑Khamisbenadering toe en hanteert aanvullende procedures om drift in niet‑reviseerbare CPI‑reeksen te beperken. In de maandelijkse inflatieberekening telt elk product mee, gewogen naar zijn bestedingsaandeel; die gewogen aanpak geldt voor alle gebruikte transactiedata.