Incidenten Slovenië en Beieren onderstrepen antisemitisme en haat tegen Israël
In dit artikel:
Antisemitisme en anti-Israëlgevoelens kwamen deze week in Europa op twee manieren scherp naar voren. Woensdag werd een toestel van Israir Airlines op weg van Tel Aviv naar Ljubljana vlakbij de Sloveense hoofdstad geweigerd door de luchtverkeersleiding en omgeleid naar Kroatië. Israir-directeur Uri Sirkis stelde dat Slovenië de landing weigerde uit politieke onvrede over het Israëlische regeringsbeleid; het is onduidelijk of de maatschappij van tevoren op de hoogte was van dat risico. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken noemde het besluit onaanvaardbaar en transportminister Miri Regev waarschuwde voor consequenties voor wie via luchtvaart boycots wil voeren. Tegelijk wijst Jeruzalem op veranderende verhoudingen in Ljubljana: het huidige kabinet is volgens Israël politiek vijandig, maar binnenkort neemt een pro-Israëlische coalitie onder Janez Jansa het roer over. Israël kondigde vervolgens aan een ambassade in Ljubljana te openen.
In Beieren kreeg een Israëlische toerist een weigering te zien bij hotel Zum Hirschen in Lam: bij het boeken stond dat Joden niet welkom waren. De klacht leidde ertoe dat het hotel uit boekingssystemen werd gehaald en de politie in Regensburg een onderzoek startte. Het hotel bood excuses aan en noemde eerdere nepboekingen als reden; als compensatie bood men de benadeelde gast een gratis week aan. Charlotte Knobloch, voorzitter van de Joodse gemeenschap in München en Opper-Beieren, verwierp die verklaring en zei dat zulke uitspraken de dagelijkse realiteit van veel Joodse mensen illustreren. Beide incidenten worden gepresenteerd als voorbeelden van een bredere stijging van antisemitische en anti-Israël-incidenten in Europa.