In West Virginia's roodste district wint loyaliteit aan Trump van twijfel over oorlog

maandag, 23 maart 2026 (21:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

In het sterk Republikeinse Grant County in West Virginia worden de economische gevolgen van de recent begonnen militaire actie in het Midden-Oosten tastbaar gevoeld, ook onder trouwste Trump-stemmers. In het dorpje Petersburg — waar bij de laatste presidentsverkiezingen ongeveer negen van de tien kiezers op Trump stemden — blijkt politiek ver weg en dagelijks leven dichtbij: werk, buitenleven en de volgende loonstrook domineren. Toch bepalen beslissingen uit het Witte Huis hier ook het boodschappen- en tankbudget.

Lokale kandidaat Marc Harman gebruikt het voormalige postkantoor als ontmoetingsplek voorafgaand aan de lokale verkiezingen in mei; hij en anderen horen regelmatig zorgen over stijgende prijzen. De blokkade bij de Straat van Hormuz leidde in korte tijd tot bijna twintig procent hogere brandstofkosten: waar men eerst zo’n 75 cent per liter betaalde, ligt dat nu rond de 90 cent. Voor veel inwoners, waaronder vissers langs de Potomac, vertaalt dat zich in merkbare druk op het huishouden.

Politieke gevoelens zijn verdeeld: nationale peilingen tonen brede tegenstand tegen verdere militaire betrokkenheid, maar onder Republikeinen is steun voor de aanvallen beduidend groter. Veteranen en sommige lokale leiders zien de actie als noodzakelijk en in lijn met Trumps belofte om Amerikaanse belangen primair te stellen; ze benadrukken dat het geen 'oorlog' is zolang er geen grondtroepen worden ingezet. Districtencommissaris Scotty Miley wijst erop dat veel stemmen voor Trump voortkwamen uit het gevoel dat traditionele politici niets voor West Virginia deden — Trump werd gezien als iemand die wél beloftes nakomt.

Ondanks de economische pijn blijft veel lokale loyaliteit aan de president overeind: sommigen zijn bereid de financiële gevolgen te accepteren om wat zij zien als daadkracht. Veteraan Kirk Wilson vat dat sentiment samen met de stellige bereidheid om weer te dienen als Trump daarom zou vragen. De situatie plaatst de vraag opnieuw: hoeveel buitenlandse militaire actie past binnen het “America First”-idee, zeker als de kosten bij gewone Amerikanen terechtkomen?