In vijftien originele en ontroerende essays onderzoekt schrijfster Bernke Klein Zandvoort de kankerdiagnose van haar nicht

woensdag, 13 mei 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

Bernke Klein Zandvoort, dichter en beeldend kunstenaar (1987), maakt met Oogsprong haar prozadebuut: vijftien verwante essays die onderzoek doen naar zien, niet-zien en wat beelden over onze waarneming prijsgeven. De bundel bouwt voort op thema’s uit haar poëzie — observatie en het reflecteren op het kijken zelf — maar doet dat via een mengsel van wetenschap, mythologie, literatuur en persoonlijke ervaring.

De aanleiding voor het boek is intiem en dramatisch: de nicht van Klein Zandvoort ondergaat een oogverwijdering vanwege een tumor. Na plaatsing van een kunstoog ervaart zij nachtelijke ogen en bewegende letters — levendige fantoombeelden die artsen als hallucinaties labelen. Die ervaring zet Klein Zandvoort aan het denken over de betrouwbaarheid van zicht: een neuroloog wijst haar erop dat het oog op zich niets ‘ziet’, maar het brein helpt beelden te construeren. Knipperen en ‘oog-sprongen’ verschijnen in de essays als metaforen voor korte pauzes waarmee ons hoofd beelden bij elkaar sprokkelt.

De schrijfster verbindt dit persoonlijke drama met bredere culturele en taalwetenschappelijke noties. Een bedevaart naar het Rheingau en het werk van de middeleeuwse visionair Hildegard von Bingen bieden historische en symbolische lagen; etymologische vondsten — zoals de nabijheid van karcere (kerker) en carcer/cancer — leggen taalpatronen bloot die de emotionele realiteit van ziekte en sterven reflecteren. Klein Zandvoort onderzoekt ook zichtbaarheid als existentiële worsteling: zichtbaar-zijn, verlegenheid, en het onbehagen rond het woord ‘ik’ — wie is de ik die kijkt en spreekt?

Oogsprong is minder bedoeld als definitief antwoord dan als denkoefening: de essays prikkelen de lezer om eigen aannames over waarneming, geheugen en betekenisvorming te bevragen. Voor wie aanvullende context zoekt: visuele fantoomervaringen komen ook in medische literatuur voor (bijvoorbeeld als Charles Bonnet‑achtige verschijnselen bij slechtzienden), wat het boek plaatst op het snijvlak van persoonlijke getuigenis, filosofie en neurobiologie.