In Venetië gaat het Russische paviljoen weer open
In dit artikel:
Op 10 april kreeg de Biënnale van Venetië een ultimatum van de Europese Unie: als Italië Rusland toestemming geeft om dit jaar weer een eigen paviljoen te gebruiken, trekt de EU twee miljoen euro subsidie in. Het kunstfestival in Venetië opent op 9 mei, waardoor er weinig tijd is voor een oplossing. Pietrangelo Buttafuoco, voorzitter van de Biënnale, houdt echter vast aan zijn besluit Rusland toe te laten; het paviljoen lag in 2022 en 2024 al gesloten, nadat Russische curatoren en kunstenaars zelf terugtrokken uit protest tegen de invasie van Oekraïne.
De Italiaanse regering onder premier Giorgia Meloni grijpt niet in. Binnen haar twijfelachtige meerderheidscoalitie bestaan sterke verschillen over sancties tegen Rusland: Partijleden van Lega en de Vijfsterrenbeweging vinden EU‑bemoeienis met nationale besluiten ongepast, terwijl ze tegelijk vaak EU‑subsidies aannemen. Buttafuoco, een publiek gezicht van het post‑fascistische culturele veld dat vaak in debatshows verschijnt, past politiek in die pro‑Russische lijn. Hard optreden tegen hem zou de fragiele verhoudingen in de rechtse coalitie kunnen verstoren, zeker met Matteo Salvini die openlijk pro‑Poetin standpunten inneemt.
De kwestie verdiept ook de diplomatieke spanning voorafgaand aan het bezoek van de Oekraïense president Volodymyr Zelenskye aan Rome; hij heeft herhaaldelijk aangegeven dat Russische deelname aan de Biënnale onaanvaardbaar is. Volgens Zelenskye betekent deelname van Rusland “het normaliseren van de invasie en het verwelkomen van de Russische propagandamachine op het hoogste niveau.” De affaire legt zo een breuklijn bloot tussen culturele autonomie, Europese normen en de politiek‑strategische druk rond de oorlog in Oekraïne.