In tv-programma's als Wie is de Mol? wordt bedrog gevierd
In dit artikel:
Zaterdag gaat het 26e seizoen van Wie is de Mol? van start, ditmaal opgenomen in Tanzania met bekende deelnemers als Geraldine Kemper, Quinty Misiedjan, Nasrdin Dchar en Bram Krikke. Het format draait om bedrog: spelers vormen allianties terwijl één van hen als ‘de Mol’ doelbewust opdrachten saboteert om geld uit de pot te houden. Maar dit soort programma’s staat niet op zichzelf; televisie zit momenteel vol formats waarin liegen en manipuleren centraal staan — van De Verraders en Vals Spel tot Watch Your Back en Pandora — en het publiek lijkt de bedriegers eerder te vieren dan te veroordelen.
Die omkering — waarin kijkers juichen als iemand succesvol misleidt — is zichtbaar in voorbeelden uit recente seizoenen. Vorig jaar kon niemand, ook nauwe vrienden van de winnaar niet, doorhebben dat Nathan Rutjes systematisch had gelogen. Soms heeft het liegen ook een prijs: deelnemers zoals Kira Toussaint (Pandora) stapten vroegtijdig uit omdat de strategische leugens te zwaar wogen, en winnares Mandy Woelkens noemde de ervaring een ‘mindfuck’. Bij programma’s als De Verraders is structureel psychologische nazorg aanwezig om deelnemers op te vangen.
Filosoof en auteur Frank Meester verklaart de populariteit van liegen deels als een maatschappelijk feit: onwaarheden worden soms als noodzakelijk instrument gezien — denk aan wetenschappelijk onderzoek waarin proefpersonen worden misleid of aan undercoverwerk. In zijn visie functioneert liegen als een pragmatisch smeermiddel dat in bepaalde situaties helpt informatie boven tafel te krijgen of sociale processen te laten verlopen. Tegelijk waarschuwt hij voor overmatig of kwaadaardig liegen en benadrukt hij dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen liegen met een doel dat schade beperkt of voorkomt en liegen dat enkel beschadigt.
De discussie over tv-bedrog wordt zwaarder gemaakt door ontwikkelingen buiten de amusementswereld: politieke en publieke figuren die onwaarheden verspreiden, zoals voorbeelden van Amerikaanse en Nederlandse politici, voeden het gevoel van wantrouwen. Tv-recensenten signaleren dat de overvloed aan programma’s die wantrouwen exploiteren die vertrouwenscrisis juist kan versterken. Meester nuanceert dat het niet alleen om ‘post-truth’ gaat maar om een bredere autoriteitscrisis: informatiebronnen concurreren en de vroeger geldende status van kranten of instituten is verminderd.
Uiteindelijk, betoogt Meester, is er ook een zekere fascinatie voor de vaardige leugenaar: iemand die onopvallend en overtuigend kan misleiden oefent macht uit en prikkelt ons. Televisie biedt een veilige context waarin liegen geaccepteerd wordt als spelregel, waardoor we ons kunnen laten vermaken door bedrog zonder directe consequenties. Of dat leidt tot meer wantrouwen in de samenleving is onduidelijk — maar het verklaart wel waarom programma’s die leugens centraal zetten, blijven scoren.
Wie is de Mol?, vanaf 28 februari elke zaterdag om 20.30 uur op NPO 1.