Vijftig jaar wist niemand in Nederland dat Sharina trans vrouw was: 'Waarom ook? Ik ben een vrouw'
In dit artikel:
Aan de muur van haar Rotterdamse appartement hangen twee grote foto’s: prinses Diana en Sharina’s moeder. Ze kijkt ernaar en ziet in hen het beeld van vrouwelijkheid dat ze altijd nastreefde. Sharina (roepnaam) is een trans vrouw die pas laat openlijk over haar identiteit sprak — vijftig jaar hield ze het voor zich, ook nadat ze in de jaren zeventig als jonge volwassene in Singapore een geslachtsbevestigende operatie onderging.
Sharina werd geboren in Johor Bahru (Maleisië) in een groot, religieus gezin. Al vroeg voelde ze zich anders: ze was jaloers op haar zusjes en verlangde naar vrouwelijker kleding, maar in de hechte moslimgemeenschap gold stilte als bescherming. Haar moeder leek haar te begrijpen en hielp soms heimelijk met vrouwelijke kleding; haar vader, ambtenaar met aanzien, had er meer moeite mee. Op haar zeventiende vertrok ze om te studeren en vooral om ruimte en vrijheid te zoeken.
In Singapore ontdekte ze meer vrijheid om zich als vrouw te presenteren en gebruikte ze de naam mevrouw Abdul Karim. In een tijd dat medische opties schaars waren, vond ze een arts — Dr. Ratnam — die haar wilde helpen. Zonder moderne hormoontherapie kreeg ze de anticonceptiepil, wat lichamelijke verzachting bracht, en uiteindelijk de operatie. Haar familie wist er niet van totdat het resultaat duidelijk was; bij haar ontwaken en later bij haar ziekenhuisbed begreep haar vader haar eindelijk en zei hij dat hij haar nu zag.
Na de ingreep trouwde ze met Abdul: vanwege religieuze wetgeving moest het stel eerst goedkeuring vragen aan een mufti en imam in Johor, die na lang beraad toestemming gaven. De gebeurtenis trok de Maleisische pers en haar verhaal stond op de voorpagina’s, iets wat haar en haar moeder ertoe bracht het één interview te geven “voor de volgende generaties”. Het huwelijk hield stand, maar uiteindelijk gingen ze vriendschappelijk uit elkaar.
In 1989 verhuisde Sharina naar Nederland, werkte onder meer als danseres en later bij een kiosk op Rotterdam Centraal. Daar vond ze opnieuw een lange liefde, Willy, met wie ze achttien jaar samenwoonde totdat hij vier jaar geleden overleed. Nu woont ze alleen met haar twee katten, doet vrijwilligerswerk voor ouderen en wandelt door de stad die zij altijd als vrij voelde.
Sharina bleef religieus maar bezoekt de moskee weinig; ze bidt en worstelt met de vraag in hoeverre haar geloofsgenoten haar accepteren. Ze wijst op aanhoudend racisme en geweld tegen transpersonen en pleit voor meer acceptatie, vooral binnen religieuze gemeenschappen. Medisch moest ze recent wel open zijn — bij de behandeling van blaaskanker moest ze haar vrouwelijke status en eerdere anatomie aan artsen uitleggen; ze genas.
Pas vorig jaar, rond Rotterdam Pride, vertelde ze publiekelijk haar levensverhaal voor het eerst sinds de Maleisische publicatie, via Open Rotterdam. Dat besluit kwam deels voort uit verdriet om jonge mensen die nu nog eenzaam zijn in hun zoektocht. Ze werkt aan een memoires met de werktitel Journey to Womanhood en wil jongeren vooral één boodschap meegeven: wees jezelf en wees niet bang. Ze hoopt dat de zorg en de sociale acceptatie voor transpersonen verbeteren, zodat minder mensen het gevoel hebben het alleen te moeten doen.