In 'Theodoros' van de Roemeense schrijver Cărtărescu is alles groots, enorm en eindeloos

woensdag, 17 juni 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Mircea Cărtărescu, de gerenommeerde Roemeense romanschrijver, publiceert na decennialange voorbereiding een omvangrijk pseudohistorisch epos getiteld Theodoros. De roman rust op een laatnegentiende-eeuwse bron die het “vermoeden” opperde dat een spoorloos verdwenen bediende uit Ghergani mogelijk als keizer Tewodros II in Ethiopië had kunnen eindigen; Cărtărescu zelf benadrukt desalniettemin dat zijn werk fictie is. Vier decennia lang verzamelde hij materiaal over de vier verweven werelden in het boek: Walachije, de Griekse archipel, Ethiopië en het Judea van Salomo, en verwerkte die in 654 dicht beschreven pagina’s.

Vormelijk en stilistisch is Theodoros ambitieus: gecentreerd rond een titelheld die door een coro van zeven aartsengelen in de tweede persoon wordt aangesproken, schrijft Cărtărescu in een archaïsche, bijbelse toon. Die alwetende, hoogdravende vertelstem gebruikt voortdurend superlatieven en schildert personages en gebeurtenissen in uitersten — zowel grootse epische verwezenlijkingen als verwerpelijke, groteske excessen — wat enerzijds een opwindende vertelkracht oplevert en anderzijds snel vermoeit. De omvang en het intertekstuele bereik van het boek nodigen voortdurend uit tot vergelijkingen met wereldliteratuur: Dante qua driedelige structuur, Eco en Pamuk door de historische en mythische verweving, Kadare door de Ottomaanse en Helleense context; zelfs Joyce wordt sporadisch opgeroepen.

In narratieve zin volgt het boek Theodoros’ opgang naar macht, zijn onverzadigbare honger naar heerschappij en de meedogenloze excessen waartoe hij zich schuldig maakt. De roman eindigt met Theodoros’ zelfgekozen dood — met een pistool dat hem ooit door koningin Victoria werd gegeven — en een lang postuum bestaan waarin de engelen zijn daden nauwkeurig registreren tot aan het laatste oordeel in 2041, wanneer het boek dat zij schreven aan de Schepper zal worden voorgelegd. Die raamvertelling plaatst de lezer uiteindelijk zelf als beoordelaar.

De recensent prijst Cărtărescu’s virtuositeit en de prestatie van de Nederlandse vertaler Jan Willem Bos, maar blijft ambivalent: bewondering voor de literaire bravoure en de encyclopedische inventiviteit staat tegenover irritatie over de voortdurende hyperbolen en een gebrek aan emotionele doordringing. Theodoros is een indrukwekkend, intellectueel rijk werk — magnifiek en soms briljant — maar kan door zijn monumentale toon en overdrijving afstandelijk en uitputtend overkomen.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Theo Janssen ziet Oranje-speler basisplek kwijtraken: ‘Daar moet hij voor vrezen!’