In Teheran en Washington geloven te veel machtigen in het einde der tijden

donderdag, 5 maart 2026 (20:54) - Joop

In dit artikel:

De columnist waarschuwt voor een gevaarlijke overeenkomst tussen twee ogenschijnlijk tegengestelde machten: het Iraanse regime rond ayatollah Khamenei en delen van de Amerikaanse MAGA-beweging. Beide worden volgens de schrijver gesteund door gelovigen met een eindtijdvisie die de komst van een laatste oordeel of messias onvermijdelijk acht. Bij sjiitische aanhangers in Iran draait dat om de terugkeer van imam Mohammed al‑Mahdi, wiens verschijning door gelovigen actief bevorderd zou moeten worden; alles wat die komst zou vertragen wordt gezien als duivelse tegenwerking — in praktijk Israël en de Verenigde Staten. Onder sommige evangelicals in de VS leeft een vergelijkbare verwachting dat de wederkomst van Christus nabij is en dat actuele gebeurtenissen, zoals de stichting van Israël, tekenen van die naderende voltooiing zijn.

De auteur legt uit dat veel van deze overtuigingen hun wortels vinden in het boek Openbaring en in apocalyptische tradities die al vroeg in het christendom bestonden. Voor eindtijdchristenen zijn de Bijbelse beelden en symbolen geen metaforen maar aanwijzingen om actuele politiek te duiden: staten en leiders worden soms als instrumenten van God of juist als agentschappen van het kwaad gezien. Die denkbeelden legitimeren militante of agressieve politiek omdat de strijd tegen “de vijand van God” verheven wordt tot kosmische noodzaak. Ook sommige machtige figuren in de technologiesector — als voorbeeld wordt Peter Thiel genoemd — lijken affiniteit te hebben met dit soort eschatologische perspectieven.

In Nederland bestaan vergelijkbare stromingen, onder meer binnen groepen als Christenen voor Israël; zij interpreteren gebeurtenissen in het Midden‑Oosten als bevestiging van de naderende wederkomst. Voormalig minister Eppo Bruins wordt genoemd als iemand die binnen die kring actief was. De columnist signaleert dat apocalyptische overtuigingen aan beide zijden mensen kunnen aanzetten tot risicozoekend of hardhandig handelen, en dat dat politieke besluitvormers — ook in Den Haag — alert moet maken om niet verstrikt te raken in een kruisvuur van dergelijke blinde fanatici.

Als afsluitende opmerking drukt de schrijver de wens uit dat deze binnen‑ en buitenlandse ontwikkelingen niet afleiden van andere urgente binnenlandse dossiers, zoals de toeslagenaffaire en de Groningse gaswinning. Ter verdieping wordt een podcastaflevering over de Perzische Golf aanbevolen.