In Syrië is de onderdrukking weer volop aan de gang
In dit artikel:
De auteur beschrijft een snelle en gewelddadige escalatie in Syrië: in de laatste dagen zijn er volgens het artikel zware militaire aanvallen geweest op Koerdische wijken in Aleppo. Deze acties zouden deel uitmaken van een bredere campagne van een sinds 8 december 2024 aan de macht gekomen ongekozen politiek-islamitisch regime, gesteund door Erdoğan, met als doel etnische en religieuze minderheden politiek en militair te elimineren.
Centraal in het betoog staat de positie van Alewieten: historisch vervolgde en gediscrimineerde gemeenschappen die volgens de auteur al ruim duizend jaar doelwit zijn van politieke islamitische machtsvorming sinds de breuk na kalief Ali en de opkomst van de Omajjaden en latere soennitische rijken. Alewitisme wordt in het stuk gepresenteerd als een stroming die meer nadruk legt op ethiek en de familie van de profeet dan op een politiek-bestuurlijke islam; Alewieten verlangden en streven volgens de auteur naar een seculiere, democratische staat en niet naar een eigen religieuze staat. Hoewel Assad zelf Alewiet was, betoogt de schrijver dat het oude regime niet als een Alewitisch project moet worden gezien en dat miljoenen Alewieten onder Assad hebben geleden.
Het artikel geeft voorbeelden van hedendaagse discriminatie, ook buiten Syrië, en een anekdote uit Den Haag illustreert dat Alewieten zelfs in westerse context met vooroordelen en uitsluiting te maken krijgen. De auteur wijst erop dat angst voor represailles veel Alewieten weerhoudt van internationale lobby’s, en pleit ervoor te leren van de effectieve lobbypraktijken van Joodse en Armeense gemeenschappen.
Volgens de tekst begon het nieuwe regime meteen met het opleggen van een strenge politiek-islamitische koers en met geweld tegen Alewieten; daarna zouden ook druzen, christenen en nu Koerden systematisch worden aangevallen. De schrijver koppelt deze campagne ideologisch aan groepen als Al-Qaida, IS, de Moslimbroederschap en HTS, die hij alle binnen één Omajjadische lijn plaatst. Een kritiekpunt in het betoog is dat westerse landen het nieuwe Syrische machtsblok politiek steunen uit geopolitieke belangen — waardoor waarden als mensenrechten en democratie ondergeschikt lijken — en dat Syrië zich hierdoor van het Russische naar het Amerikaanse kamp heeft verplaatst.
De oproep van de auteur is helder: onmiddellijke stopzetting van internationale steun aan het huidige Syrische regime, politieke druk om de militaire acties tegen Koerden te beëindigen en bescherming te bieden aan Alewieten, christenen, druzen en andere minderheden. De centrale boodschap is dat deze groepen onder een existentiële bedreiging leven en dat de wereld niet langer haar ogen mag sluiten zolang strategische belangen boven mensenrechten gaan.
Aanvullende context: de situatie in Syrië is complex, met meerdere binnen- en buitenlandse actoren (waaronder Turkije en Koerdische groeperingen) en een lange geschiedenis van conflict en rivaliteit. Het artikel neemt een duidelijk standpunt in en schetst vooral het perspectief van bedreigde minderheden en de dringende nood aan internationale respons.