In Rijswijk dragen aapjes bij aan de wetenschap
In dit artikel:
In Rijswijk gebruikt het primatenonderzoekscentrum BPRC resusaapjes (makaken) om antwoorden te vinden op complexe medische vragen, met name rond malaria, long covid en neurodegeneratieve ziekten zoals alzheimer en parkinson. Op het terrein zijn de verblijven ruim ingericht met zwembaden, speeltjes en andere verrijking om verveling tegen te gaan; verzorgers als Annet Louwerse en Miranda Coobs zorgen voor afwisseling in speelgoed en voeding — van pindakaas om medicijnen te verstoppen tot zelfgemaakte vriesbekertjes als lekkernij.
Het centrum telt zo’n 115 medewerkers en mag jaarlijks maximaal 150 dierproeven uitvoeren. Hoewel onderzoekers zoveel mogelijk gebruikmaken van alternatieven zoals organoïden, blijven voor een deel van het onderzoek levende apen nodig omdat hun immuunsysteem en organen vrijwel gelijk zijn aan die van mensen. Dat is volgens directeur Merel Langelaar essentieel om te kunnen aantonen of medicijnen werkelijk werken — een bewijs dat de farmaceutische sector nog steeds vereist. Tegelijk is er maatschappelijke en politieke druk: een amendement van de Partij voor de Dieren wilde staatssteun voor proefdieronderzoek afbouwen richting 2030, maar dat besluit werd later teruggedraaid uit bezorgdheid over de positie van Nederlands medisch onderzoek.
In het laboratorium werkt onderzoeker Marieke Stammes met onder meer een PET-CT-scanner en radioactieve tracers om onder andere slapende malariaparasieten in de lever op te sporen. Het BPRC heeft zelfs een muggenlab waar genetisch verzwakte parasieten worden gekweekt om apen of levercellen te infecteren. Bij long-covidonderzoek constateren onderzoekers langdurige afwijkingen bij ongeveer de helft van de dieren: veranderingen aan het hart (verdikking van spierlagen, meer vervetting) en tekenen van immuunactivatie en neurodegeneratie in de hersenen. Zulke bevindingen wekken bezorgdheid over mogelijke lange-termijnrisico’s van corona op aandoeningen als parkinson en alzheimer.
De interactie met de dieren is nauw: diagnostiek gebeurt soms met PET-scans of spierbiopten, en voor bepaalde syndromen zoals POTS test men praktische remedies — in één experiment bleek extra zout (via gekruide komkommerstukjes met Aromat) bij sommige apen binnen vijf dagen verbetering te geven. Onderzoekers benadrukken dat muizen hiervoor onvoldoende lijken op mensen; apen bieden vertaalbare inzichten die anders onbereikbaar zijn.
Het werk roept tegenstand op — al decennialang demonstreren activisten, soms heftig — en kost dierenlevens: vorig jaar werden 24 apen gedood voor onderzoek. Het BPRC probeert transparant te zijn en nodigt belangstellenden uit om het werk te bekijken, maar de kloof met principiële tegenstanders blijft groot. Tegelijkertijd tonen de faciliteiten en procedures (strenge bioveiligheid, gespecialiseerde scans en verzorging) hoe het centrum streeft naar zorgvuldig en doelgericht onderzoek, waarbij de spanning tussen wetenschappelijke noodzaak en dierethiek dagelijks voelbaar is.