In 'Pressure Point' acteert Vanja Rukavina een man die in de war is
In dit artikel:
In Pressure Point speelt Vanja Rukavina de verwarde fictieve proftennisser Viktor Radenović, kort voor en tijdens een beslissend toernooi. De voorstelling, besproken in de recensie van 14 januari 2026, volgt zijn fragmentarische gesprekken met pers, zijn ex-vrouw, zijn vader en kinderen die hem in een Q&A ondervragen. Die medespelers zijn vooraf opgenomen; Rukavina reageert op hun stemmen via een telefoontje met leds of vanaf het toneel, terwijl het publiek als tennispubliek wordt ingezet en op gezette tijden applauscues krijgt.
Rukavina toont technisch meesterschap: hij schakelt moeiteloos tussen Japans, Bosnisch, Engels en Nederlands, varieert van furieuze uitbarstingen naar ingetogen reflecties en verweeft persoonlijke anekdotes met historische verwijzingen (onder meer naar de genocide in Srebrenica). Hij confronteert stereotypen over zijn migratieachtergrond en draait het doorgaans exotiserende beeld van de “Balkan-temperamenten” om, tegelijk spelend met taal en betekeniszoektochten die de sporter doorliepen.
Tegelijk laat de tekst steken vallen. De voorstelling blijft te veel hangen in één dominante thematiek—identiteit als herhalend mechanisme—waardoor spanningsopbouw verwatert. De motivatie van de protagonist: waarom hij zo van tennis hield, komt nauwelijks tot leven; het ontbreekt aan een voelbare liefde voor het spel. Tegen het einde verzacht de toon; een terugblik op de Winterspelen van Sarajevo 1984, met het beeld van een stad die gezamenlijk sneeuw ruimt, biedt een ander perspectief dan winnen of verliezen en suggereert gemeenschappelijkheid als alternatief.
Eindoordeel: Rukavina’s acteer- en taalkundige kapitaal maken Pressure Point indrukwekkend uitvoerend, maar dramaturgisch blijft de voorstelling soms te eendimensionaal om echt te overtuigen.