In Parijs kleurde Van Gogh inderdaad een oud schilderij nog wat bij
In dit artikel:
Lichtval en Franse accenten blijken niet oorspronkelijk: een jarenlange restauratie heeft aangetoond dat Vincent van Gogh het in 1885 in Nuenen geschilderde doek De populierenlaan later in Parijs drastisch heeft bijgewerkt. Het werk, oorspronkelijk over een eerdere afbeelding van een toren gemaakt, kwam in 1903 als eerste Van Gogh in een publieke collectie terecht. Tijdens zijn leven verkocht hij vrijwel niets; zijn waardering groeide pas na zijn dood.
Restaurateurs stuitten op technische problemen doordat de onderliggende verflagen niet goed waren uitgehard, wat leidde tot craquelé, loskomende verf en opstaande schilfers. Een tussenvernis op basis van eiwit — door Van Gogh zelf aangebracht — maakte het mogelijk de vergeelde vernislaag te behandelen zonder het werk te beschadigen. Onderzoek liet zien dat Van Gogh rond 1886, vermoedelijk onder invloed van het Parijse impressionisme, felrode en gele accenten toevoegde, extra bladwerk schilderde en blauw in de lucht bracht, waardoor zonlicht in de voorgrond ontstond. Dit markeert een omslagpunt tussen zijn donkere Brabantse palet en de modernere kleuren uit zijn Franse periode.
Restaurator Erika Smeenk-Metz ontdekte bovendien dunne, lange druipsporen — waarschijnlijk lijnolie — waarvan de herkomst onduidelijk blijft; ze zijn licht geretoucheerd omdat verwijderen niet mogelijk was. Het werk is vanaf vandaag weer te zien in een depotpresentatie van het museum, terwijl het hoofdgebouw nog gesloten is voor renovatie. De restauratie brengt het schilderij dichter bij Van Goghs intentie en verduidelijkt zijn artistieke overgang.