In Oost-Barta'a sloopt Israël de huizen van Palestijnse bewoners, wier leven één grote hel wordt

woensdag, 19 augustus 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In Oost-Barta’a, op de bezette Westelijke Jordaanoever, zijn onlangs meer dan twintig Palestijnse bouwwerken door Israëlische bulldozers gesloopt. Volgens het gemeentebestuur ging het niet alleen om afzonderlijke woningen, maar ook om flatgebouwen met tientallen appartementen, winkels en andere voorzieningen. Honderden bewoners raakten dakloos of verloren hun inkomen. De sloopacties kwamen volgens de gemeente onverwacht, kort nadat Israëlische rechtbanken de laatste beroepsprocedures hadden afgewezen.

Barta’a was tot 1949 één dorp, maar werd door de Groene Lijn verdeeld. West-Barta’a kwam in Israël te liggen, Oost-Barta’a op de Westelijke Jordaanoever. Na de Israëlische bezetting van de Westoever in 1967 bleef die scheiding bestaan. Door de Oslo-akkoorden valt Oost-Barta’a onder Gebied C, waar Israël de volledige civiele en militaire controle heeft. Daardoor zijn inwoners voor bouwvergunningen, infrastructuur en ruimtelijke plannen afhankelijk van Israëlische autoriteiten, terwijl bewoners van Oost-Barta’a niet vrij naar het Israëlische deel mogen reizen.

De situatie verslechterde verder nadat Israël begin deze eeuw een afscheidingsbarrière aanlegde die niet op de Groene Lijn, maar ongeveer een kilometer ten oosten van het dorp kwam te liggen. Oost-Barta’a is daardoor ingeklemd tussen de muur, Israëlische nederzettingen en West-Barta’a. Inwoners zijn afhankelijk van controleposten en speciale vergunningen voor werk, reizen en medische zorg. Die posten zijn beperkt geopend en kunnen zonder duidelijke reden worden gesloten. Families leven gescheiden en boeren hebben nog maar beperkt toegang tot hun land; delen daarvan zijn door het leger tot veiligheidszone verklaard.

De ongeveer tienduizend inwoners hebben bovendien weinig ruimte om uit te breiden. De gemeente diende daarom een plan in waarin een zogenoemde blauwe zone nieuwe bouw mogelijk moet maken. Volgens loco-burgemeester Jawad Kabha is er echter geen rechtstreeks contact met de Israëlische autoriteiten: alle communicatie verloopt via een districtscoördinatiekantoor, waardoor procedures traag en ondoorzichtig zijn. De gemeente zegt al jaren vergunningen aan te vragen, maar telkens met nieuwe eisen en documenten te worden geconfronteerd. Aanvragers zouden daardoor tienduizenden sjekels hebben betaald zonder dat hun verzoeken inhoudelijk werden afgehandeld.

In de wijk Khor al-Dab’a liggen complete straten in puin. Bewoners moesten volgens de gemeente ’s ochtends halsoverkop vertrekken en konden nauwelijks bezittingen meenemen. Sommigen wonen nu bij familie, anderen in noodcontainers. Boer Wasfi Jad Kabha verloor zijn woning, een tweede huis voor familieleden en stallen met dieren. Hij zegt dat hij eigenaar is van de grond, over Jordaanse eigendomsakten beschikt en voor vergunningen heeft betaald, maar geen compensatie kreeg. De gemeente vreest meer sloop en waarschuwt dat ook een veld met zonnepanelen kan worden vernietigd. Veel bouwprojecten zijn stilgelegd omdat bewoners niet weten of hun woningen zullen blijven staan.

Israël stelt dat de gebouwen zonder vergunning zijn opgetrokken en vormt volgens de organisatie Regavim de sloop een noodzakelijke handhavingsmaatregel en een veiligheidskwestie. Regavim zegt dat Oost-Barta’a door zijn ligging in een bestuurlijk ‘handhavingsvacuüm’ terecht is gekomen en dringt aan op snelle afwijzing van vergunningaanvragen en sloop. Bewoners en hun vertegenwoordigers stellen daartegenover dat het Israëlische vergunningensysteem Palestijnse bouw feitelijk onmogelijk maakt, terwijl Israëlische nederzettingen in dezelfde omgeving wel uitbreiden. Zij spreken van een doelbewuste druk om Palestijnen uit Gebied C te verdrijven.

Volgens Alon Cohen-Lifshitz van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Bimkom is het beleid de afgelopen twee jaar sterk verhard. Eind 2024 werd een groot deel van het bestuur over civiele zaken op de Westoever overgedragen aan een nederzettingenadministratie die is opgericht door minister van Financiën Bezalel Smotrich. In 2025 werd volgens de aangehaalde cijfers 96 procent van de Israëlische sloopbevelen tegen Palestijnse bouwwerken in Gebied C uitgevoerd: 962 woningen, scholen, waterreservoirs en andere gebouwen. Tegelijkertijd werden duizenden woningen voor Joodse nederzettingen goedgekeurd en bleef de sloop van illegale kolonistenbouwwerken beperkt.

Cohen-Lifshitz wijst daarnaast op toenemend kolonistengeweld, de inname van landbouwgrond en de aanleg van wegen die vooral voor kolonisten toegankelijk zijn. Vanaf een heuvel bij Barta’a zijn de groeiende nederzetting Katzir en de snel uitbreidende Israëlische stad Harish zichtbaar. Palestijnse bewoners zeggen dat kolonisten hun land in de gaten houden en hen verhinderen hun akkers te bewerken. In een nieuwbouwwijk van Oost-Barta’a worden 21 bouwwerken, waaronder appartementen, winkels en een moskee, met sloop bedreigd. Bewoners zeggen dat woningen die op Katzir uitkijken extra risico lopen en dat zelfs avondverlichting en familiefeesten tot ingrijpen kunnen leiden.

Deema Kabha, docent Engels en activist uit West-Barta’a, noemt de ontwikkeling ‘soft cleansing’: een geruisloze verdrijving door regels, sloop en voortdurende onzekerheid. Toch benadrukken bewoners hun onderlinge familiebanden en hun ‘sumud’, de Palestijnse vastberadenheid om ondanks de druk op hun land te blijven. Deema twijfelt echter of politieke deelname nog zin heeft. Hoewel Palestijnen met de Israëlische nationaliteit bij de komende parlementsverkiezingen op 27 oktober ongeveer zeventien procent van de kiezers vormen, hebben veel inwoners weinig vertrouwen in de Israëlische en Arabische partijen. Volgens de betrokkenen dreigt de combinatie van bureaucratische controle, sloop, nederzettingenuitbreiding en landverlies Oost-Barta’a permanent gevangen te zetten in een tijdelijke en steeds onzekerdere bestaanssituatie.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Raymond Mens na opmerking Thomas van Groningen over Johan Derksen: 'Jij bent maandag aan de beurt!'