In ons voetbal hebben spelers plots een eigen fotograaf, maar achter het perfecte plaatje zit schaduwkant: "Dit kan toch niet meer?"
In dit artikel:
Op een koude avond in Jan Breydel stond Romeo Vermant centraal — niet alleen voor tegenstander en scouts, maar voor zijn eigen ingehuurde fotograaf die elk moment van zijn optreden vastlegde. Dergelijke privéfotografen en contentcreators zijn geen zeldzaamheid meer in het voetbal: van topclubs tot amateurs verschijnen spelers steeds vaker met persoonlijke camera’s of teams van makers rond wedstrijden en in hun privéleven.
Waar het vandaan komt
De trend, overgewaaid uit Amerikaanse sporten en uitgegroeid in de grote voetbalcompetities, vindt ook in België flink weerklank. Spelers zien zichzelf meer als merk; mooie, gecontroleerde beelden op sociale media zijn onderdeel van hun personal branding. Fotografen zoals Pieter Slembrouck bouwden via werk voor clubs en mond-tot-mondreclame een klantenkring op van namen die hun wedstrijden, transfers, vakanties en zelfs huwelijken laten vastleggen. Clubs en commerciële partijen zoals Sporthouse helpen daarnaast bij het opbouwen van portfolios. Voor spelers is dit vaak meer dan een plakboek: het is strategische content die zichtbaarheid en marktwaarde kan verhogen.
Wat privéfotografen anders doen
Private shooters richten zich expliciet op individuele spelers en produceren veel meer beeldmateriaal per persoon dan persfotografen, die meestal één beslissende nieuwsfoto moeten schieten (bijvoorbeeld een doelpunt). Die stijl en kwantiteit spreken spelers aan en leveren socialmediavriendelijke beelden op. Voor bekende spelers betekent dat ook vaak forse vergoedingen: sommige namen huren fotografen zelfs mee naar internationale toernooien.
De keerzijde: drukte en frictie
De snelle opmars van contentmakers leidt tot wrijving met traditionele persfotografen. Er verschijnen klachten over “cowboys” die regels niet respecteren, op plekken gaan staan die voorbehouden zijn of zelfs het veld oprennen. Beroepsfotografen wijzen erop dat zij beelden snel naar nieuwsmedia verspreiden en zo journalistiek werk doen — inclusief het tonen van kritische momenten — terwijl creators vooral positieve, gepolijste content leveren. De aanwezigheid van veel verschillende makers — spelersfotografen, clubmedia, commerciële nieuwsdiensten — veroorzaakt soms chaotische taferelen langs de zijlijn en bemoeilijkt de werkbaarheid voor persmensen met een perskaart.
Verschillende clubstrategieën
Clubs reageren verschillend: Anderlecht verbiedt privéfotografen om wildgroei tegen te gaan en stelt eigen beelden ter beschikking aan spelers; Racing Genk zegt creatief mee te denken maar handhaaft strikt; Club Brugge geeft prioriteit aan persfotografen en clubmedia maar laat soms plekjes voor spelersfotografen, en experimenteert met alternatieve content zoals camerabrillen van medewerkers. Daarmee proberen clubs een evenwicht te vinden tussen vraag naar content en behoud van overzicht en kwaliteit.
Regels en oproep tot uniform beleid
De bestaande afspraken rond fotografen op wedstrijddagen (vaste posities, enkel wisselen bij rust, beperkingen om het veld op te gaan) worden niet altijd nageleefd. Sportspress, de organisatie van Belgische sportjournalisten, dringt daarom aan op strikter beleid vanuit de Pro League: beperk het aantal makers rond het veld en zorg dat voor iedereen dezelfde regels gelden. Een belangrijk discussiepunt is eerlijkheid rond late toegang tot het veld: als creators na afloop het veld op mogen, moeten beroepsfotografen dat onder dezelfde voorwaarden ook kunnen. Sportspress en de Pro League overleggen hierover richting het volgende seizoen.
Kader in wording
De opkomst van private shooters biedt spelers en clubs veel creatieve en commerciële kansen, maar dwingt voetbalorganisatoren ook om duidelijke randvoorwaarden te formuleren. Zonder eenduidig kader blijft de spanning bestaan tussen journalistieke toegang en commerciële contentproductie — en zullen kwesties rond veiligheid, professionalisme en werkbaarheid op wedstrijddagen terugkeren zolang die niet worden afgeremd.