In Noord-Zweden moeten de rendieren van de Sami wijken om nieuwe metalen te kunnen mijnen
In dit artikel:
Hoog in de bergen boven Rensjön, zo’n 200 km ten noorden van de poolcirkel, voert de Sami-gemeenschap Gabna nog altijd het eeuwenoude ritueel van het rendierhoeden uit: het samenbrengen van de kudde, oormerken en slachtwerk. Voor rendierhouder Karin Kvarfordt Niia bepaalt het gedrag van de dieren het ritme van het leven—“De rendieren bepalen onze kalender”—maar die levenswijze staat onder groeiende druk door grootschalige mijnbouw in Norrbotten, Noord-Zweden.
Al 135 jaar is de regio een mijngebied. LKAB’s Kiirunavaara-mijn, vier kilometer breed en 1.365 meter diep, levert zo’n twintig miljoen ton ijzererts per jaar en heeft Kiruna en omstreken economisch gevormd. De winning veroorzaakt ook verwoesting: stadsdelen zinken weg en het oude centrum van Kiruna moet worden verplaatst; zelfs de houten kerk werd gerold en herbouwd. Nu is er een nieuw voorstel: de Per Geijer-afgraving, met naar schatting 1,2 miljard ton aan ijzererts en zeldzame aardmetalen. Volgens berekeningen kan deze vondst ongeveer 18% van de EU-vraag naar bepaalde kritieke metalen dekken—grondstoffen die nodig zijn voor windturbines, elektrische auto’s en defensietechnologie.
Die Europese vraag ligt ten grondslag aan een versnelling van vergunningen. De EU streeft via de Critical Raw Materials Act naar meer eigen winning en minder afhankelijkheid van China. Tegelijkertijd zijn in Zweden recent honderden nieuwe mijnexploitatievergunningen verleend; een groot deel van die concessies ligt op traditioneel Sami-grondgebied. Voor veel Sami betekent dat verlies van migratieroutes, gefragmenteerde weidegronden en aantasting van leefmilieu en cultuur.
Lokale bewoners en herders ervaren concrete schade: grondwaterdaling, vervuilde rivieren en stofafzetting die korstmossen en graasgebieden aantasten. Onderzoekers tonen aan dat rendieren wegen, mijnen en windparken op aanzienlijke afstand mijden; een nieuw mijnproject kan een radius van vervuiling en verstoring veroorzaken die traditionele trekpatronen onmogelijk maakt. Voorzitter Lars‑Marcus Kuhmunen van de Gabna waarschuwt dat de Per Geijer-mijn de gemeenschap “in tweeën” zou snijden en de rendierhouderij zou kunnen beëindigen. Tegelijkertijd verslechtert de conditie van de dieren door klimaatverandering: te milde winters en ijskorstlagen maken voedsel onbereikbaar, met grote sterfte en een wereldwijde afname van rendierpopulaties tot gevolg.
Bedrijven zoals het Australische Talga, dat 120.000 ton grafiet wil winnen bij Vittangi, presenteren milieuplannen en benadrukken beperkte voetafdruk en klimaatwinst (anodemateriaal voor tienduizenden EV’s). Herders en ecologen betwijfelen die claims: ze spreken van een “salami‑tactiek” waarbij projecten klein worden voorgesteld, terwijl het totale werkgebied veel groter is. In Vittangi wees het gemeentebestuur het project af, maar hogere beslissingen en rechtbanken—en de status ‘strategisch’ in EU-beleid—hebben toestemming mogelijk gemaakt. Talga zegt dat rendieren zes maanden per jaar vrij toegang houden tot delen van het land en dat waterbeheer geregeld is; tegenstanders noemen dat onvoldoende.
De juridische en politieke context werkt zelden in het voordeel van de Sami. De Zweedse mijnbouwwetgeving uit 1991 geeft prioriteit aan mijnbouw als “publiek belang”. Rechters kiezen vaak voor industrie wanneer belangen botsen; Zweden heeft de VN-verklaring over inheemse volken erkend maar het bindende ILO-verdrag 169 niet geratificeerd. Er zijn wel stappen gezet: een waarheidscommissie in 2020 en een kerkelijke verontschuldiging in 2021, maar veel Sami ervaren de staat als voortzetting van koloniale onteigening.
De impact is niet alleen fysiek maar ook sociaal: jongere Sami-rendierherders worstelen met mentale gezondheidsproblemen; volgens het artikel heeft ongeveer één op de drie jonge herders suïcidale gedachten gehad of een poging gedaan. Juridische successen zijn schaars en vaak omstreden; de Girjas-gemeenschap won in 2020 weliswaar het beheer over jacht en visserij, maar dat vermeende herstel van zeggenschap leidde ook tot intimidatie en vijandigheid.
De zaak weerspiegelt een diep dilemma: de groene transitie en strategische defensiebehoeften vragen metalen en mineralen, maar de winnen daarvan bedreigt de laatste grote aaneengesloten gebieden van de Sami in Europa, hun cultuur en het arctische ecosysteem. Voor gemeenschappen als Gabna is de vraag prangend: is het verlies van traditionele grond en het uiteenvallen van rendierhouderij de onvermijdelijke prijs voor klimaatneutrale energie en geopolitieke onafhankelijkheid? Sami-woordvoerders en herders roepen op tot betere bescherming van hun rechten, eerlijke compensatie en erkenning van het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming—nadenkpunten die tot nu toe nauwelijks in wet- en regelgeving zijn doorgedrongen.