'In Nederland kennen wij de populaire schrijver, plagiator en lijkenpikker Adriaan van Dis'
In dit artikel:
De auteur bespreekt de controverse rond de Franse schrijver Thélyson Orélien (38), een Haïtiaans-Canadese auteur die met zijn roman *C’était ça ou mourir* voor grote Franse literaire prijzen werd genomineerd. Volgens commissaris Pangram is het boek volledig door AI gegenereerd. Orélien ontkende dat niet volledig en zei AI soms als een soort zoekmachine te hebben gebruikt. De onthulling leidde tot kritiek, verdedigingen en beschuldigingen van racisme. Later werd bovendien bekend dat hij, net als de eerder genoemde Jason Arday, plagiaat zou hebben gepleegd.
De auteur vraagt zich af hoe zwaar AI-gebruik moet wegen. Schrijvers werken immers vaak met redacteuren die zinnen schrappen of herschrijven. Hij vergelijkt de kwestie met Raymond Carver, wiens redacteur Gordon Lish grote delen van zijn proza herschreef, en met Jerzy Kosinski, die volgens de auteur verhalen en bijdragen van studenten gebruikte zonder hen te vermelden. Ook noemt hij Adriaan van Dis als Nederlandse schrijver die met plagiaat in verband is gebracht.
Toch vindt de auteur het merkwaardig dat schrijvers AI inzetten, omdat het plezier van literatuur volgens hem juist ligt in het zelf bedenken van zinnen en verhalen. Hij vindt het eveneens opvallend dat geen recensent of jurylid de vermeende kunstmatigheid van Oréliens proza herkende; integendeel, de roman werd uitbundig geprezen en voor prijzen genomineerd.
Daaruit leidt hij af dat literaire jury’s vatbaar kunnen zijn voor groepsdruk en prestige. Volgens zijn satirische voorstelling volgt een jury al snel een invloedrijke voorzitter, omdat leden onzeker zijn over hun eigen oordeel en de dominante figuur vooral deskundigheid hoeft uit te stralen. Aan het einde verbindt hij deze dynamiek met de politiek, zonder die overgang verder uit te werken.
Vandaag Inside: Raymond Mens legt glashelder uit: zó werken de Amerikaanse midterm-verkiezingen