In Nederland is er wel een financiële kloof tussen klassen, maar niet tussen generaties
In dit artikel:
Het idee dat jongeren het tegenwoordig slechter hebben dan hun ouders, houdt volgens deze column geen stand. De auteur, terugkijkend op de jaren negentig en de toenmalige angst voor een uitgehold pensioenstelsel, stelt dat de generatie die toen over een verdwenen oudedagsvoorziening klaagde inmiddels zelf netjes AOW en aanvullend pensioen ontvangt. Daarmee waarschuwt hij voor generatieverhalen die jong en oud onnodig tegenover elkaar zetten.
Volgens de column is er in Nederland geen echte strijd tussen generaties, maar wel een veel belangrijkere kloof: die tussen sociale klassen. Hoewel jongeren te maken hebben met problemen als woningnood, klimaatverandering en de verwachting dat zij langer moeten doorwerken, zijn hun kansen in veel opzichten niet slechter dan die van eerdere cohorten op vergelijkbare leeftijd. Zo zijn ze gemiddeld hoger opgeleid, verdienen jongeren uit sommige groepen meer dan naoorlogse generaties en is de arbeidsmarkt voor starters momenteel relatief gunstig. Ook zijn zaken als criminaliteit gedaald, ouders minder autoritair geworden en staatsschuld en onderwijsniveau anders in elkaar dan vroeger.
De kern van het betoog is dat de echte ongelijkheid niet loopt tussen jong en oud, maar tussen hoog- en laagopgeleiden en tussen rijke en arme Nederlanders. Het pensioenstelsel gebruikt de auteur als scherp voorbeeld: mensen met zware, fysieke beroepen leven gemiddeld korter en genieten daardoor minder lang van hun pensioen, terwijl hetzelfde systeem voor iedereen geldt. Juist daar, stelt de column, zit een sociaal onrecht waar meer aandacht naartoe zou moeten gaan.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'