In Nanouk Leopolds film werkt het overweldigende woud helend voor getraumatiseerde Jen
In dit artikel:
Nanouk Leopold keert met Whitetail terug naar het vertrouwde filmische universum van eenzame, emotioneel ingekeerde vrouwen. De Engelstalige film, die dit jaar op het IFFR te zien was nadat hij in Toronto in première ging, is Leopolds eerste lange speelfilm sinds Cobain (2018). In de tussenliggende jaren werkte ze vooral in theater, opera en videokunst.
Whitetail begint met een fataal jachtongeluk waarbij de tieners Jen en Oscar betrokken zijn. Twintig jaar later leeft Jen afgezonderd in het Ierse Kerry: ze werkt in een natuurreservaat, verzamelt zaadjes, plaatst observatiecamera’s en helpt af en toe in de winkel van haar vader. Het terugkeren van Oscar en het vinden van een onthoofd witstaarthert halen het trauma weer boven. Jen, prachtig vertolkt door Natasha O’Keeffe, draagt een emotionele pantsering; kleine explosies van geweld — een kopstoot tegen een opdringerige agent — tonen haar defensieve houding. Alleen in de uitgestrekte natuur lijkt ze zichzelf even te kunnen zijn.
Leopold gebruikt haar kenmerkende strenge stijl: statische kaders, weinig muziek en spaarzame close‑ups waardoor de omgeving de gemoedstoestand van personages weerspiegelt. Het bos fungeert zowel als helende ruimte als koel, onverschillig decor waarin dood en leven elkaar raken. Natuursymboliek — het verzamelen van eikenzaden, de wisselwerking tussen nemen en geven — en een zen‑boeddhistische ondertoon versterken het thema van levenscycli; hier en daar voelt die symboliek echter nadrukkelijker dan nodig.
Vergelijkend met Boven is het stil (2013), waarin Leopold een losse, meer lichamelijke stijl hanteerde en mannelijkheid centraal stond, markeert Whitetail een terugkeer naar haar eerdere, meer afstandelijke vrouwenportretten. In inhoud en vorm toont de film dat Leopold weer in haar element is, al schuurt de expliciete natuursymboliek soms tegen overduidelijkheid aan.