In mijn voorjaarsdrift voel ik me soms de Vieze Man
In dit artikel:
In de lente overvalt de schrijfster een bijna lichamelijke lust naar vers, jong groen: een onweerstaanbare drang om net ontkiemde blaadjes, scheuten en bloemen te eten. Een concreet geheugenbeeld schetst ze: op 14 april 2022 at ze bij restaurant Renilde in Rotterdam gegrilde asperges met een brandnetelpesto die haar mond dagenlang groen kleurde — sindsdien roept die smaak ieder voorjaar hetzelfde verlangen op. Ze beschrijft hoe die drang zich vertaalt in brutale, bijna kinderlijke handelingen: rauwe tuinbonen uit de peul eten, magnoliabloemen stelen bij buren, daslook en wildeui plukken en tot pesto of gebakken eitjes verwerken. Het enthousiasme is zo groot dat ze zelfs besluit geen eetlustremmer als Ozempic te willen gebruiken, uit angst zo’n wezenlijke levensvreugde te verliezen.
Tegelijk zoekt ze verklaringen voor de heftige smaken en geuren: uienachtige planten (zoals daslook) produceren zwavelhoudende stoffen die bij beschadiging vrijkomen en tranen opwekken — een chemische truc die voedsel aantrekkelijk of scherp doet lijken. Die natuurwetenschappelijke kant leidt haar naar Michael Pollans nieuwste boek A World Appears, dat onderzoekt hoe we planten waarnemen en of ze zelf iets “ervaren”. Pollan spreekt onder meer met de Italiaanse plantkundige Stefano Mancuso, die pleit voor een herwaardering van planten als actieve, communicatieve deelnemers aan ecosystemen. Mancuso stelt dat planten doelgerichtheid, geheugen en probleemoplossend gedrag vertonen, maar die visie blijft controversieel omdat planten geen zenuwstelsel of hersenen hebben zoals dieren.
De auteur volgt die gedachtegang verder via populaire en soms pseudowetenschappelijke bronnen uit de jaren zeventig — denk aan de documentaire The Secret Life of Plants en het album Plantasia — en voelt daarbij zowel verwondering als ongemak. Het idee dat planten chemische signalen afgeven die je kunt zien als een soort alarmroep of emotie, roept een dubbel gevoel op: het vergroot ons respect voor plantgedrag, maar het schuurt met de klassieke criteria voor bewustzijn en gevoel.
Kortom: het stuk verknipt persoonlijke lentehonger en culinaire nostalgie met een nieuwsgierige verkenning van recente debatten over plantintelligentie en chemische communicatie, en laat de lezer achter met een mengeling van culinaire lust en filosofische verwondering.